Coronadagboek - dag 12

28 maart 20205 minuten

We zitten in een gedeeltelijke lockdown vanwege het coronavirus. De scholen zijn dicht, horeca is dicht en de meeste mensen werken thuis. Zo ook hier. Hoe gaat dat van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij tijdens deze rare weken.

Vrijdag 27 maart 2020

Waarom sturen vertaalbureaus hun opdrachten altijd op vrijdagmiddag op het moment dat ik lekker weekend wil gaan vieren? Krijg ik een proefleesopdracht waarbij ik rekening moet houden met vaste uitdrukkingen, maar in het referentiemateriaal zijn die uitdrukkingen voor alle andere talen te vinden, niet voor het Nederlands. Dat referentiemateriaal is een groot zip-bestand met woordenlijsten en instructiebestanden, maar de woordenlijsten voor het Nederlands zijn leeg, de instructies gelden niet voor mijn taal. Waarom krijg ik ze dan opgestuurd? Waarom maken ze niet een keurig pakketje per taal in plaats van deze zooi? Als ik dan eindelijk het goede bestand heb, staan er inconsequenties in. Welke uitdrukking moet ik dan gebruiken?

Het valt me wel vaker op dat mensen die in de communicatie werken, niet kunnen communiceren. Alsof ze denken ‘Ja, maar! We werken in de communicatie, dan hoeven we niets uit te leggen, toch?’ Met het gevolg dat je langer bezig bent om een opdracht te ontcijferen dan om hem te maken. Nog zo’n voorbeeld, zelfde vertaalbureau. Ik krijg een megagrote proefleesopdracht (of preciezer geformuleerd: post editing machine translation, wat in dit geval betekent: vertaal dat fucking ding maar opnieuw.) Opdracht: lever op 30 maart en nog drie datums een batch in. Krijg ik één groot bestand zonder enige verdeling in vier batches, waarop mijn vertaalprogramma vastloopt. Het duurt een halve minuut voordat hij naar het volgende zinnetje springt. En dan is een halve minuut láng!
Uur later: een mail van de projectmanager van

Toets met gezicht

deze opdracht nu mét de juiste bestanden. En ik realiseer me dat ik het weekend moet doorwerken om die batch op 30 maart te kunnen leveren. Bedankt, jongens!

Sander zit de hele ochtend achter de Teams of wat dan ook om een presentatie te houden en naar anderen te luisteren, vervolgens wordt hij gebeld door de plaatselijke politiek om af te stemmen, meningen te peilen enzovoorts. Zulke gesprekken duren geen vijf minuten, maar minstens een uur. Dus als hij eindelijk klaar is met al zijn werk en politiek en op de bank ploft en ik denk: nou, dan kunnen we wel even gezellig kletsen, gaat hij zijn moeder bellen! En die gesprekken duren óók geen vijf minuten.

Ik voel me de sluitpost van ieders agenda.

Natuurlijk word ik op zo’n dag ook weer gebeld door zo’n thuiswerkende callboy met honingzoete aasgierenstem: ‘Dag, spreek ik met mevrouw Lensink?’ Ik: ‘Ja, maar ik heb hier geen zin in, ik hang nu op.’ Als ik de telefoon uitdruk, hoor ik nog: ‘Maar mevrouw Lensink, u weet helemaal niet...’
En óf ik het weet: rot toch lekker op allemaal!

Zo. Dat is eruit. Ik heb nog getwijfeld of ik dit wel moest opschrijven, maar ja, het is een dagboek en dat moet wel een beetje eerlijk. Ik ben tenslotte geen paradepaardje met een hiephiephoerablog.

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter