woordwolk huis

Coronadagboek - dag 16

1 april 20205 minuten

We zitten in een gedeeltelijke lockdown vanwege het coronavirus. De scholen zijn dicht, horeca is dicht en de meeste mensen werken thuis. Zo ook hier. Hoe gaat dat van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij tijdens deze rare weken.

Dinsdag 31 maart 2020

Stel je je een filmpje voor, waarin alle mensen zich heel snel bewegen, zo snel dat je ze alleen als een streep voorbij ziet komen of als drukdoende miertjes die nu eens hier staan en dan eens daar. Plaats die snelle mensjes nu in een supermarkt. Nu komt er op normale snelheid een winkelende vrouw voorbij. Dat ben ik. Ik heb een winkelwagentje, zo’n zelfscanner en kijk eens rustig op mijn boodschappenlijstje wat ik nodig heb. Geheel op mijn eigen tempo vul ik mijn tassen, ga op mijn gemak naar de betaalpalen en kuier met volle tassen naar mijn fiets.

Zie je de film voor je? Goed.

Stel je nu hetzelfde filmpje voor, maar dan met veel minder mensen en alle mensen bewegen zich even snel, normale snelheid. Daar kom ik met mijn winkelwagentje weer voorbij. Ik kijk om me heen, wacht tot de vrouw voor me bij het groentepad klaar is, zodat ik kan doorlopen. Ik loop snel naar de koeling om melk te pakken. Daar staan twee medewerkers in gele of oranje hesjes een mevrouw met blauwe handschoenen aan te helpen. Ik loop om, want ik kan er niet langs en moet in het pad van de spaghetti wachten tot er ruimte is. Dan kom ik toch nog bij de melk aan en pak wat ik nodig heb. Ik sluit de deur en kijk op mijn lijstje. Er staat achter me iemand op me te wachten. Ik ga opzij, maar daar staat ook iemand. Ik wacht tot men elkaar is

woordwolk huis

gepasseerd, maar ik krijg wel geïrriteerde blikken. Bij de ingang stonden twee medewerkers de winkelwagens te ontsmetten en blijkbaar had ik te dicht op een van de twee gestaan, waar ze iets van zei. ‘Sorry,’ zei ik nog, maar ik weet niet of ze het gehoord heeft.

Wat is het moeilijk om echt 1,5 m afstand te houden! Ik stond naar mijn idee niet bovenop de supermarktmedewerkster, misschien een armlengte of iets meer. Da’s geen 1,5 m, nee. Anderhalve meter is als ik mijn armen uitstrek en er aan elke kant een persoon staat. Dan ga ik er tussenuit. Dát is 1,5 meter.

Winkelen tijdens corona: hoogstvermoeiend.

Ik gedroeg me vandaag dus ongewild als een coronacrimineel en had door de anderhalvemeterpolitie makkelijk op mijn vingers getikt kunnen worden, maar ik had al erg last van afstandschaamte. De cursieve woorden staan op een speciale lijst van de Taalbank, die coronawoorden verzamelt. Er staan ook normale woorden op, zoals agressiviteit, waarmee de mate wordt bedoeld waarin een virus zich verspreidt of het organisme schaadt. Dus niet alles is een samenstelling met anderhalf- of corona-
Nog een paar: paniekwinkelen, quarantainehotel, ambulancebus, twitterviroloog, zoönose. Dat laatste is geen hippe samenstelling van woorden, maar de term die beschrijft dat een ziekte van dier op mens kan overgaan. Het is wellicht een van die vele medische woorden die je anders nooit hoort en nu om de haverklap.

Rutte kondigde vandaag aan dat we 175 extra doden te betreuren hebben, de maatregelen nog tot 28 april duren, en dat het na die tijd nog niet meteen voorbij is. Hij zei dat hij trots was op de Nederlanders die zich aanpassen in deze situatie, en onder de indruk van alle ziekenhuismedewerkers die zich elke dag weer volledig inzetten. Er moeten maximaal 2400 IC-bedden komen en die zijn zondag al beschikbaar. Hij zei dat we in een volwassen democratie leven en dat iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid heeft.

Sander, Carmen en ik keken naar de persconferentie en we hoorden die woorden wel, maar waren geobsedeerd door de gebarentolk. Irma heet ze geloof ik. Die gebaren trekken natuurlijk de aandacht, en de gebaren voor voorzichtig en ziekenhuis en zeggen hebben we nu geleerd.
 ‘Hee,’ zei Sander. ‘Zou gebarentaal net zo werken als het Chinees?’
Zou het? Fascinerende gedachte. Karakters vs gebaren. Leuk onderzoeksproject voor de toekomst.

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter