Sloot met zon op het water

Coronadagboek - dag 24

9 april 20205 minuten

We zitten in een ‘intelligente lockdown’ vanwege het coronavirus. De scholen zijn dicht, horeca is dicht en de meeste mensen werken thuis. Zo ook hier. Hoe gaat dat van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij tijdens deze rare weken.

Woensdag 8 april 2020

Elke ochtend rond kwart over zes begint een merel te fluiten, gevolgd door het getjilp van andere vogels. De rust van de nacht verandert langzaam in de bedrijvigheid van de ochtend. Nu start die levendigheid later, tegen achten, als we niet in lockdown zouden hebben gezeten, om half zeven. Iemand slaat met een autoportier en start zijn auto. Er blaft een hond, gevolgd door het ‘hierrrrr’ van zijn baasje. Klompen schrapen over de stenen, knarsen even later over de kiezelsteentjes van het wandelpad. Een trein dendert voorbij en als de wind goed staat en het verder stil is, kunnen we de spoorwegovergangbellen horen. Vandaag niet.

In huis stommelt een van de kinderen uit bed, doet zijn slaapkamerdeur open, gaat naar de badkamer. Geklater. De verwarming tikt aan, de wc wordt doorgetrokken. Een nies. Het is Oscar, die elke ochtend moet niezen als hij net uit bed is. Van het licht. Ik schenk melk op de honingringetjes van een ontbijtgranenmerk, plons er een plastic lepeltje in. Een stoel schraapt over de tegels. Nog een nies. Ik zet het kommetje voor Oscar neer. Er gaat nog een deur open, ik hoor iemand de trap aflopen.

De dag is begonnen.

Later zetten we de deur open, het is een zonnige, frisse en in de hoekjes van de tuin warme lentedag. Vogels tjilpen, een hommel bromt. Stemmen van de buren in de straat die elkaar spreken en groeten met ‘nou, doeoeoeoeggg!’ Achter schuurt een schaafmachine luidruchtig in een garage. Weer een hond. De telefoon van Sander gaat. Oscar speelt piano en wordt verzocht daarmee te stoppen omdat Tristan een les heeft. Hij zucht en ploft op de stoel om een computerspelletje te doen.

Even hoor ik niets anders dan het gegons van apparaten op de achtergrond, auto’s in de verte,

Sloot met zonlicht

de ventilator van mijn laptop, gemompel van Sander aan de telefoon, geklik van een muis, getik op een toetsenbord. Er stopt een auto in de straat waaruit harde Nederlandstalige muziek komt, type Volendams. De portier klapt dicht. Vast het buurmeisje dat door haar vriendje wordt opgehaald, al heb ik haar stem niet gehoord door de muziek.

Mijn telefoon geeft een zoem dat er een appje is. Dat is van de app-groep van Sanders familie, dus gezellige mededelingen, geen belangrijke dingen. Ik negeer de geluiden die uit mijn telefoon komen meestal. De Quooker gaat aan en weer uit. Er is bezoek bij de buren, waarbij één het hoogste woord heeft. Bijna letterlijk, ze heeft een hoge stem. Ik versta niet wat ze zeggen, daarvoor zit ik te ver weg.

Om half zes ben ik eindelijk klaar met al mijn vertalingen en roept Oscar ‘yessss’ als hij achter mijn laptop mag voor een spelletje Minecraft. Vanuit de keuken klinkt het gekletter van borden, bestek dat op die borden wordt gelegd, laden die open en dicht schuiven, een pan die op het fornuis wordt gezet: Sander kookt vandaag.

Ik lees De Offers van Jeroen Windmeijer en terwijl het gas met een paar tikken aanslaat, een garde tegen de randen van de pan ratelt, hoor ik tegelijkertijd het zware hijgen van een laaglandbewoner die een berg in Bolivia beklimt. Gemekker van een geit, een Spaanse groet, iemand die het stof van zijn broek klopt. Het zachte tinkelen van kralen aan een vliegengordijn als de gastvrouw met thee uit het donker van haar huis komt. Ze deelt zwijgend de thee rond, een jongetje met een voetbal roept iets in zijn indiaanse taal.
Het gebrom van een staafmixer en gegiechel uit de computerkamers doorbreken de magie van het lezen. Meeuwen vliegen krijsend voorbij. ‘Sóép,’ roept Sander. Tristan rent de trap af en ploft naast me op de bank. Ik leg mijn iPad opzij. De wereld, zelfs een papieren wereld waar je niet bent en nog nooit bent geweest of zou kunnen komen, is vol geluid: nada brahma.

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter