Koeien in de wei

Coronadagboek - dag 28

13 april 20205 minuten

We zitten in een ‘intelligente lockdown’ vanwege het coronavirus. De scholen zijn dicht, horeca is dicht en de meeste mensen werken thuis. Zo ook hier. Hoe gaat dat van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij tijdens deze rare weken.

Zondag 12 april 2020 - Eerste Paasdag

We beginnen deze Eerste Paasdag in lockdown met een uitgebreide brunch met gekleurde eieren (gekocht, niet zelf geverfd), matzes, warme broodjes en croissants, thee en verse sinaasappelsap. Sander kende het gebruik van matzes (matses? Matses zeggen mijn vader en Wikipedia.) niet tot hij mij leerde kennen. Wij aten thuis altijd matzes tijdens Pasen. Grappig hoe je met eenzelfde achtergrond toch nog totaal verschillende 'tradities' hebt. Omdat ik matses zo met Pasen associeer, staan ze hier altijd erbij. Oscar smeert de zijne enthousiast in met chocoladepasta en legt daar een plak kaas in de vorm van een paashaas op en grijpt vrolijk naar de suikerpot, maar dan hou ik hem tegen. Dat is een al te rare combinatie. Oscar vindt van niet, maar oké, zo is het ook lekker. Vervolgens vraagt hij zich af hoe hij zijn creatie moet oppeuzelen.

Als de kinderen de tafel afruimen, schrijf ik even snel de blog van gisteren, lees het een en ander en dan gaan ze minecraften. Oscar steekt zijn hoofd om de hoek en vraagt of we nog gaan mahjongen. Ja, natuurlijk, maar straks. Sander zal Tristan helpen, want die is hopeloos aan het verliezen. Met zijn hulp worden zijn kansen al wat groter, maar nog niet goed genoeg om een slag te slaan. In plaats daarvan graai ik als ‘oost’ met een honneurhand twee keer limiet binnen. Verontwaardiging alom, ik grijnzen.

Om de frustratie even te botvieren gaan we een rondje fietsen. Carmen blijft thuis om een

Paasontbijt

livestream van een of andere YouTuber Puck te kijken. We fietsen door het centrum via de Beethovenlaan naar de wijk waar veel klasgenoten van Oscar en oud-klasgenoten van Tristan wonen en gaan door richting de nieuwe wijk aan de Provinciale weg. Daar is ergens een fietstunnel gemaakt, die wij nemen en aan de andere kant is het Noord-Hollandse vlakke land. Ik wilde naar de bollen, maar die zijn te ver weg. Ik krijg toch nog wat verdwaalde stroken te zien en die zet ik op de foto. Op een andere kruising fotografeer ik koeien en schapen met lammetjes, heel paas- en lenteachtig. Oscar vraagt zich af hoeveel geld je moet verdienen om in zo’n mooi, groot huis te wonen. Ik zeg dat hij dan boer moet worden. Dat wil hij niet. Want hij wil niet in die geur van de koeien zitten.
‘Daar wen je wel aan,’ zeg ik.
‘Dan wil ik het nog niet.’
Duidelijk. Maar nu weet hij nog niet hoe hij aan veel geld komt. Ik zeg dat het belangrijker is dat hij werk gaat doen dat hij leuk vindt, want je moet het een tijdje volhouden, dat werk. En waarmee hij zoveel verdient dat hij ervan kan leven en wonen dat het dan voldoende is. Hij overweegt mijn woorden, maar ik zie hem denken: ik wil toch veel geld verdienen.

Rode tulpen in de wei

Thuis maken we het potje mahjong af en dan gaan we de tafel dekken voor de fondue. De vleesschotel die we hadden besteld was voor vier personen, maar met alle extra’s erbij, is dat meer dan genoeg. Morgen kunnen we de resten opmaken, iets waar ik wel op gerekend had, ik heb namelijk geen eten voor morgen geregeld. Het vlees is snel klaar in de fondue, sneller dan in een gourmetpannetje. Tijdens het eten hebben we het over hoeveel de kinderen zijn gaan eten. Ja, zegt Carmen, de ene keer eet ik onwijs veel, en dan weer weinig. Zo gaat dat. De jongens eten langzaam maar zeker steeds meer. Dan hebben

we het over muziek en over een lied van Nick Cave, dat Sander zo indrukwekkend vond. Hoe we erop kwamen, weet ik niet meer. Ik zeg dat ik die clip brrrr vond en dat het over Ophelia gaat, dat nummer. Sander vond het zo mooi omdat er een verhaal in zit. We hebben het over Queen versus moderne muziek.

Na het eten hangen we op de bank en Sander zoekt de muziek van Queen op om te laten horen hoe de tekst van Queen eigenlijk niet in het ritme past. Bij I want to break free hoor je dat goed, zegt hij. Ik hoor het niet en de Carmen en Oscar gieren van het lachen bij de clip. Het ziet er ook niet uit, die spandexpakjes waar je elke bobbel ziet. Het wordt een avond met een aaneensluiting van muziek met een verhaal: Chris de Burgh met Spanish Train, dat op een volksverhaal is gebaseerd en The Traveller, waarin ‘you can almost smell his revenge’ via de gitaarloopjes van Slash (Dirty Diana, Guns ‘n’ Roses) en het protestlied van U2 met Pavarotti over Sarajevo. De kinderen laten hun muziek horen en we komen tot de conclusie dat computermuziek saai is. Sommige liedjes zijn wel aardig, maar eentonig. Het ingezette deuntje wordt het hele nummer volgehouden, daar houdt vooral Sander niet van.
Maar waar we eigenlijk naar op zoek waren, staat niet op in z'n geheel op YouTube: Jesus Christ Superstar. We eindigen de rit door muziekland met het pauzenummer van het Eurovisiesongfestival uit 1994 dat in Ierland werd gehouden: Riverdance. Want we vrezen dat we dit jaar toch niet dichter bij Ierland komen dan dat.

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter