Tulp in groen

Coronadagboek - dag 32

17 april 20205 minuten

We zitten in een ‘intelligente lockdown’ vanwege het coronavirus. De scholen zijn dicht, horeca is dicht en de meeste mensen werken thuis. Zo ook hier. Hoe gaat dat van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij tijdens deze rare weken.

Donderdag 16 april 2020

Precies een maand geleden begon de lockdown. Vind ik het vervelend worden, steeds die vier huisgenoten om me heen? Nee. Ze hebben allemaal hun eigen plek, we kunnen ons terugtrekken als het te veel wordt.

Sander, Tristan en ik liepen vanmiddag langs een huis met drie kleine kinderen. Ze zaten in de tuin. De oudste was misschien net 5, de jongste misschien net 6 maanden. Dáár moet ik dus even niet aan denken, dat je de hele dag met de kinderen bezig moet zijn. Hoewel we tien, twaalf jaar geleden in precies dezelfde situatie zaten. Hoe deden we dat? Allereerst was er geen lockdown, dus gingen Tristan en Carmen gewoon naar school en knoopte ik er met Oscar een rondje AH aan vast, of hij ging slapen ’s middags. Of ik zette hem in de box, zodat hij even ongestoord kon spelen, of ik ging bij hem in de buurt zitten. Zoiets. Oscar alleen naar buiten laten gaan, was geen goed idee: hij racete met zijn driewieler de hele buurt door om bij de grote, doorgaande weg naar auto’s te gaan kijken. Maar toen was hij al bijna drie en hij vond dat hij dat kon en mocht.

Tijdens het zelfde rondje met Sander en Tristan hebben we het over cijfers. Dodencijfers, want daarmee word je om je oren geslagen tegenwoordig, en hoe cijfers niets zeggen zonder context, aannames of uitleg. Er zijn in Nederland dus ruim 3100 coronadoden, maar, zegt Sander, in dat cijfer zijn alleen mensen meegeteld die getest zijn. En het is niet duidelijk of in de andere dodencijfers mensen zijn meegeteld die direct of indirect aan corona zijn gestorven. Kortom, zonder de juiste verhalende omgeving, kun je weinig met cijfers en dat levert mij een dikke grijns op. Mijn alfabrein heeft dat

Tulp in groen

altijd al gevonden: met cijfers kun je niks, hooguit van de 2 een zwaan maken.

Het is een routinedag vandaag: Oscar oefent de musical, Carmen maakt wiskunde en luistert een podcast en Tristan hikt tegen een opdracht Duits aan. ‘De informatie heb ik al,’ verzekerde hij me. Ik zag het liggen op zijn bureau. Sander heeft besprekingen en ik freewheel een beetje op internet, krijg nog wat opdrachtjes die ik binnen een kwartier heb gemaakt en lees het boek van Jaap Boekestein uit. Het vervolg staat ook in de kast, dus daar begin ik direct aan, ik zit nu nog in de sfeer. Het is duidelijk dat er een hele wereld met regels, wetmatigheden en traditie achter het verhaal zit en ik ben wel benieuwd hoe Jaap zijn wereld opbouwt. Maakt hij kaarten? Schrijft hij de wetboeken uit? Houdt hij dossiers bij van de personages (het zijn er nogal wat namelijk)? Hangt hij dat allemaal aan zijn muur of houdt hij alles in zijn hoofd bij? Wat een engelengeduld moet je hebben om dat allemaal uit te werken. En tijd. Waar haalt hij de tijd vandaan? Misschien moet ik maar gewoon echt egoïstisch worden en kiezen voor schrijven, schrijven, schrijven. Of ik dat kan, is een tweede, egoïstisch zijn, bedoel ik. Schrijven kan ik wel. Toch?

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter