Bed en kasten

Coronadagboek - dag 34

18 april 2020 5 minuten

We zitten in een ‘intelligente lockdown’ vanwege het coronavirus. De scholen zijn dicht, horeca is dicht en de meeste mensen werken thuis. Zo ook hier. Hoe gaat dat van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij tijdens deze rare weken.

Zaterdag 18 april 2020

Uitslapen. Maar dan droom ik weer dat ik in een stad ben vol mensen die géén anderhalve meter afstand houden, want in mijn dromen is corona nog niet doorgedrongen, dat wil zeggen, wel bij mij, maar niet bij de droomfiguren. Goed, ik ben dus in een stad, samen met familie en vrienden. Maarten is er, Eric is er, een paar vrienden van vroeger zijn er, zelfs een paar van de toekomst, alleen Sander ontbreekt. We hebben haast, want we willen uit, naar een film of zo, of een theater of uit eten, iets waarvoor gereserveerd is. Daar waar we moeten zijn is aan de andere kant van de stad, natuurlijk, en Sander is kwijt. Waar hangt-ie uit? We kunnen niet weg zonder hem. Ik ga terug naar het appartementencomplex waar we logeren (in de normale wereld heet dat een hotel, maar het is in de droom geen hotel en toch ook weer wel. Enfin.) en klop op de deur. Geen reactie. De anderen worden ongeduldig en willen al gaan. We regelen iets ingewikkelds met sleutels en kaartjes en routebeschrijvingen. De anderen gaan met de auto of een taxi, als Sander opduikt, kom ik later met hem met de trein. De anderen zijn net vertrokken dan komt Sander in een witte zomerjas uit de kamer waar we logeren. Net op tijd, zich van geen kwaad bewust, geeft me rustig een kus. Hij ruikt gebadderd en geschoren, alhoewel ik achter hem in de kamer een puinhoop zie. Ik spoor hem aan om de trein op tijd te halen, maar hij zal geen stap sneller zetten. We lopen de trappen van het bordes af en staan midden in een menigte.

Dat soort dromen slaapt niet lekker uit: doodmoe word je ervan. Ik sta op, ontbijt, lees/blader door de krant, schrijf een blog, lees deel 2 van Jaap Boekesteins Kronieken van Kadhal. Dat is een wonderlijk plotloos boek. Een klein beetje een idee waar het heen gaat, maar de plot is verborgen onder een brei ogenschijnlijk willekeurige verhalen, die niet vervelen. Ik verwacht dat er hier en daar nog wat elementen aan elkaar geknoopt gaan worden. Ik ben pas halverwege het boek. 

In het verlengde hiervan: ik krijg een mail dat Edge-zero editie 2019 van start is. Of ik weer wil jureren. Ja, dat wil ik wel. Leukleukleuk! Véél fantasy-, sciencefiction- en horrorverhalen lezen en bepalen welke door mogen naar ronde 2. Daarbij hangt veel af van de eerste alinea. Ga je uitleggen in alinea 1, dan klik ik je verhaal weg. Dan weet je dat vast. 
Misschien stuur ik zelf ook nog een verhaal in. Even over nadenken nog. Die beoordeel ik dan niet zelf, maar een extra jurylid doet dat: speciaal voor de juryleden die inzenden. Het is geen anonieme wedstrijd namelijk, maar een goede poging om de beste verhalen uit de Nederlandse verbeeldingsliteratuur te verzamelen die in 2019 zijn gepubliceerd of hebben meegedaan aan een wedstrijd. Ik heb er zin in: lekker veel lezen.

Sander is de hele ochtend en deel van de middag in gesprek met de fractie en het bestuur van het CDA Schagen, dus we kunnen niet even stofzuigen, boren, lawaai maken of pianospelen. Wel halen Tristan en ik het bed weer uit elkaar en zetten hem helemaal anders weer in elkaar (er moesten gaatjes geboord, wat mij zowaar is gelukt. (Jaja, nádat Sander uitgepraat was)). Nu pást het. Op de millimeter! Het kan nóg anders, Lundia, hè, maar daar hadden we geen zin in. Esthetisch gezien zou het beter zijn. Mijn rug wil niet meer meedoen en Tristan wilde wel eens ín zijn bed slapen in plaats van ernaast. Dat kan nu.
 

Bouwen
Oké, voor de derde keer passen en meten dan...
Eigen bed
Bijna klaar!
Bedombouw
Ja, het heeft wel wat.
Slapen
Welterusten!
Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter