Pluizenbol van paardenbloem

Coronadagboek - dag 55

10 Mei 2020 5 minuten

We zitten in een ‘intelligente lockdown’ vanwege het coronavirus. De horeca is nog altijd dicht, de sportverenigingen en scholen gaan langzamerhand weer open. Hoe gaat het van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij gedurende deze maanden.

Zaterdag 9 mei 2020

Soms, als ik mijzelf ineens van een afstand en door andermans ogen bekijk, schaam ik mij voor mijn voorkeur voor fantasy en sciencefiction. Die schaamte is er op de Schrijversvakschool flink ingewreven, want de heersende opinie was dat een zichzelf respecterende schrijver niet vervalt in schrijvelarijen over wezens met puntoren en ruimteschepen. Er was één docent die me prees dat ik van de gebaande paden van het realisme afweek en probeerde te experimenteren. Het verhaal dat ik in haar les schreef, is magisch-realistisch. Het behoeft nog wat herschrijfrondes, maar de basis ligt er. Toen ik het laatst eens teruglas, vond ik het een sterk, goed geschreven verhaal, maar de magische sfeer die ik zocht, zit er niet meer in. Niet voor mij in ieder geval, misschien nog wel voor de lezer. Ik vind het teveel naar de achtergrond verdwenen. In een herschrijf ga ik die sfeer weer naar voren halen. Alleen, als ik daaraan begin, kruipen enkele andere docenten weer in mijn hoofd en verlam ik voordat ik document überhaupt heb geopend.

De gerenommeerde literatuur (de literatuur met prijzen en een uitgeverij op de Herengracht of de Singel in Amsterdam) wemelt van de boeken met fantasy- en sciencefictionelementen. Magisch-realisme wordt gewaardeerd én uitgegeven. Een korte navraag en duik in mijn geheugen leverde me al 20 titels op en dan heb ik de literatuur nog niet eens grondig bestudeerd. Er zijn er veel, heel veel meer!
Waarom laat ik mijn oren zo hangen naar die negatieve docenten? Zoek ik hun waardering of zo? Hun goedkeuring of toestemming? Nee. Een betere vraag is: waarom wordt fantasy en sciencefiction zo negatief beoordeeld? Wat zit daarachter? En waarom zijn er dan toch goede boeken met die insteek? De boeken op mijn lijst zijn stuk voor stuk mooie verhalen, bizarre en vreemde verhalen, met in de witregels een boodschap, een moraal of een vergelijking met de huidige maatschappij en meestal met een bijzondere stijl. Kortom: literatuur. Kortom: ik moet mijn eigen pad bewandelen en schijt hebben aan hun mening, maar blijkbaar kan ik dat niet.

Ik zit dit allemaal te bedenken terwijl ik de gehaakte mondkapjes van een binnenstofje voorzie, dat ik er met de hand moet innaaien, dus tijd genoeg om na te denken. Ook zoiets: ik vind mondkapjes het stomste wat er is, maar ik zorg er wel voor dat de kinderen iets om hun mond en neus kunnen binden als ze straks met het OV moeten. Waar is mijn rebellenbloed gebleven? Waarom sta ik niet op de barricades als ik die lapjes zo suf vind? Met mij in je team win je nooit de revolutie. 
Maar zo zit het niet. Ik vind die lapjes voor je gezicht om over te mopperen - flink mopperen en het vult zo lekker je blog - maar niet om voor

Gehaakt mondkapje

op de barricades te klimmen. Dat behoud ik voor aan zaken als mensenrechten, klimaatcrisis, gelijke verdeling van voedsel en geld over de wereld. Gelijkwaardigheid tussen de mannen en vrouwen, tussen minderheden en meerderheden. Met Amnesty heb ik vaak genoeg het voortouw genomen, acties bedacht en uitgevoerd. En dan wil je me heel graag in je team.

Toch zijn deze gevoelens de reden dat ik tijdens corona nog geen woord aan mijn roman heb geschreven, op de fragmenten die mijn schrijfcoach las na, en dat ik er niet toe kom me te verdiepen in mijn verhalen die best goed zijn, om ze bijvoorbeeld naar een literair tijdschrift te sturen. Ik moet het toch doen, want ik weet dat mensen (jullie) mijn blogs graag lezen en waarom zouden jullie (mensen) dan niet mijn verhalen of roman(s) willen lezen? Alleen nu nog mezelf overtuigen van die logica. En ik moet van goede huize komen om mezelf te overtuigen.

Pluizenbol van paardenbloem

Een oud-klasgenoot van de Schrijversvakschool heeft corona. Hij heeft er niet heel veel last van, zegt hij zelf (ik kijk zijn quarantainejournaal voor uitgeverij Pluim), behalve dat hij merkt dat hij moeilijker kan ademhalen. Ik schrik er toch een beetje van en zie aan zijn ogen dat hij zich niet helemaal goed voelt. Hij vertelt over de boeken die hij heeft gelezen en linkt dat aan de zorg, waar hij die corona heeft opgelopen. Kijken waard, hij heeft een lekker droge kijk op het leven en daar kikker je hoe dan ook van op. 
Ik lees op Papieren Helden twee verhalen van nog twee oud-klasgenoten van de SVS. Het kriebelt om ook iets in te sturen. Maar wat?

En durf ik wel? Ja, ik weet het, ik ben een enorme schijtluis. Doe mij maar een potje lef voor moederdag.

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter