Wednesday may 20

Coronadagboek - dag 66

21 Mei 2020 5 minuten

We gaan langzaam terug naar normaal. De kappers zijn open, de scholen zijn weer begonnen, de terrassen mogen bijna open. Sportscholen blijven dicht, maar sporten mag buiten wel. Hoe gaat het ‘ont-lockdownen’ van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij gedurende deze maanden.

Woensdag 20 mei 2020

Het is een rommelig dagje vandaag. Er moet nog haastig wat huiswerk worden gemaakt door Oscar, waarmee hij om acht uur begint en waarmee hij om half negen klaar is. Morgen en overmorgen is hij vrij. Carmen heeft de hele dag aan een stuk door online lessen, Tristan ook, maar minder.

Er komt wat betreft schrijven weinig uit mijn handen, vanwege de vertalingen die ik moet maken. Als die af zijn, lees ik in Lydia Davis’ boek. Zij heeft een essay geschreven dat heet De drijfveer was verrukking: een reactie door middel van analogie op het werk van Joseph Cornell. Het essay is één lange opsomming, geordend in alinea’s die door middel van inspringen of het niet helemaal gebruiken van de regel er als blokken uit zien. Ik las het met verbazing, maar veel begrijpen deed ik er niet van, omdat ik het werk van Joseph Cornell niet ken.

Het blijkt dat de man een kunstenaar is die ‘kijkkastjes’ maakte van spullen die hij in de loop der tijd verzamelde. Die verzamelingen ordende hij, of gebruikte hij voor de kasten, waarmee hij mensen wilde vermaken. Door de nieuw rangschikking worden al die spulletjes weer nieuw, omdat ze uit hun context worden gehaald. Ze krijgen een nieuw verhaal. Wat Davis doet, is op dezelfde wijze kasten maken met tekst (alleen dan in geblokte alinea’s), waarin opsommingen de boventoon voeren. Een citaat op bladzijde 111:

Joseph Cornell box
A Parrot for Juan Gris van Joseph Cornell, foto gejat van The Guardian.

“...nogal overdreven voor een huis om gewoon in te wonen maar toch wonen ze erin, of in elk geval de vrouw, alleen zij woont er nu, zoveel stoelen, zoveel kasten, meerdere woonkamers, zoveel glas, kristal, zoveel kopjes, schalen, vazen, planten, foto’s, banken, stoelen, tafels, etagères, kasten, wijd uitstaande poten, knoppen, schorten, hangoortafels, acanthusbladeren, palmetten, rugstijlen, voluten, korte armleuningen, krullen, kleden, achter elke hoek weer meer, blik blijft even hangen, hier, daar, hoog, laag...”

Als je de kijkkasten en deze tekst naast elkaar ziet, dan gaan ze een verbinding aan. Dan gaat er iets resoneren. De een versterkt de ander en door middel van de tekst begrijp je wat Cornell heeft willen doen, maar als je naar de kasten kijkt, begrijp je ook de tekst beter. Dit is pas schrijven!

Diametraal daartegenover staat een tekst van een wannabe-schrijver die bij de uitgeverij van schrijfvriendin Inanna is ondergebracht. De man denkt zelf dat hij net zo goed is als Mulisch, maar hij mist zelfs de basisvaardigheden van het schrijven: goed observeren. Dan krijg je een beschrijving van iets heel eenvoudigs dat van geen kanten klopt, want hij heeft er met zijn gedachten naar gekeken (heel slordig zelfs) en niet met zijn ogen. Hij beweert bij hoog en bij laag dat Mulisch ook zo schrijft, wat ik heb gecontroleerd in ‘De aanslag’, die ik binnen handbereik had liggen. Mulisch schrijft zo niet. Mulisch kijkt naar een object, beschrijft het in een specifieke richting en als je er zelfs nog nooit maar van gehoord hebt, zie je het ding voor je. Wat een verschil in niveau heb je toch, maar ook in ego’s van gewapend beton en ego’s die nieuwsgierig zijn en constant willen leren. Ik hoop echt dat ik bij de laatsten hoor.

Ik heb het er ook met Odile over, die ik vandaag live een half uurtje heb gesproken. Zij moest wachten op haar dochter en wij hebben even een rondje gelopen, Plukker bezocht en het natuurlijk over van alles en nog wat over schrijven gehad. Daar raak ik inderdaad nooit over uitgepraat. Zij ook niet, dus dat scheelt. Het was een kort samenzijn, maar deed ons goed. De volgende keer gaan we elkaar stevig omhelzen, nu keurig afstand gehouden, want zoals jullie weten, moet dat er verplicht bijgezegd worden. Jullie zouden eens kunnen denken dat we coronarebellen zijn, zeg!

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter