Kalender

Coronadagboek - dag 69

24 Mei 20205 minuten

We gaan langzaam terug naar normaal. De kappers zijn open, de scholen zijn weer begonnen, de terrassen mogen bijna open. Sportscholen blijven dicht, maar sporten mag buiten wel. Hoe gaat het ‘ont-lockdownen’ van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij gedurende deze maanden.

Zaterdag 23 mei 2020

Het is een winderige dag en ik moet flink trappen op weg naar AH. Het is er gelukkig niet zo heel erg druk, hoewel ik wel midden op de dag ga. De boodschappen voor drie dagen zijn snel gedaan. Dat is het enige wat ik buitenshuis heb gedaan en verder ben ik mijn stapel boeken ingedoken.

Het regent een beetje, wat de planten in de tuin erg fijn vinden. De druppeltjes die vallen zijn in ieder geval lang niet genoeg voor de akkers rondom Schagen, waar nu al flink bijgewaterd wordt. Gek, want een maand of twee geleden regende het nog hard en veel. Blijkbaar is de ondergrond te droog om een reserve op te bouwen. Tsja, klimaatverandering. Dit is het gevolg.

Ik lees een beetje de krant en drink wat thee, scharrel wat door het huis en doe de was opnieuw (die van gisteren die ik vergeten was op te hangen) en eigenlijk verveel ik me. Dat wil zeggen, ik zou zo graag weer eens teruggaan naar die tijden dat ik nét niet puber was en nét geen kind meer was. Als je zo’n tien of elf bent. Ik herinner me eindeloze weekenden waar geen eind aan leek te komen en nu knipper je met je ogen en floep, je moet weer van alles in je rol als moeder, echtgenoot, vriendin, schrijver, vertaler, dochter, tante en weet ik veel wat voor rollen ik allemaal nog meer heb. Vakanties waren uitgestrekte vlakten vol zon, zand, water soms, onbereikbare horizonnen en een zeewindje. Nu is het een mini-oase, een oog in een storm.

Ik heb er al eerder over geschreven, maar nu de maatregelen versoepelen hoor ik steeds vaker harde muziek buiten, jongeren die dronken van de vrijheid door de wijk banjeren en uitgelaten hard kletsen, joelen, schreeuwen, grapjes maken, waarbij hun stemmen soms overslaan. Er stoppen weer auto’s voor de stoplichten die op ultrasone trillingen lijken te rijden, die zwarte roetwolken achter laten en met een veelvoud van de toegestane snelheid optrekken. Ja, van die zwarte Volkswagens met jongetjes met petjes erin, die denken dat ze eeuwig jong zullen zijn. De mensen lijken opgelucht adem te halen dat ze weer wat kunnen doen, dat ze schouder aan schouder (nou ja, op 1,5 m dan) weer in de rij bij de Ikea kunnen staan, dat ze weer met hun kroost in te drukke speelparadijzen kunnen rondhangen, dat ze weer mogen léven.

Ik snap wel dat het extroverte deel van de bevolking daar behoefte aan heeft, maar moet het allemaal zo luidruchtig? Je kunt toch ook blij zijn zonder meteen de hele buurt door je

kalender

woofers te laten dreunen? ’t Zal wel aan mij liggen. Ik zal me wel weer knarsetandend aan de brutalen van de wereld onderwerpen, want zo voelt het. De twee maanden luwte die de coronalockdown bood is bijna voorbij en ze staan als ronkende motoren voor het stoplicht. Ik moet denken aan een Disney-filmpje met Goofy als voetganger en als automobilist. Hoe de voetganger rustig probeert over te steken en tijdens het oversteken steeds geronk van klaar-voor-de-start-staande auto’s hoort en zich dus haast. Hoe, zodra het licht op groen springt, de automobilist het gaspedaal indrukt en er vandoor stuift. Moraal: zelfs de vredelievende voetganger wordt een agressieve automobilist zodra hij in het voertuig stapt. Mijn bedoelde metafoor: de introvert moet zich weer haasten om in zijn betrekkelijke rustige bubbel te komen.

Ik klaag er wel vaker over. Dat komt omdat ik gewoon echt niet begrijp dat mensen het léúk vinden om zo te leven. Enfin, ik hou erover op. Nog één ding: de reiskriebels worden door de versoepelingen bijna ondragelijk. Dat dan weer wel.

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter