Lichtgroene boeken stapel

Coronadagboek - dag 71

26 Mei 20205 minuten

We gaan langzaam terug naar normaal. De kappers zijn open, de scholen zijn weer begonnen, de terrassen mogen bijna open. Sportscholen blijven dicht, maar sporten mag buiten wel. Hoe gaat het ‘ont-lockdownen’ van dag tot dag? Ik hou een dagboek bij gedurende deze maanden.

I hate mondays

Maandag 25 mei 2020

Het was vandaag zo’n dag. Een Garfield-maandag. Ik stond op na een nacht dekbedtrekken en had meteen van die opdrachten waarvan je je afvraagt waarom je ze überhaupt doet: een lijst met ‘fouten’ uit een vertaling doorlopen die je als ‘third party’ moet beantwoorden, terwijl je de vertaling oorspronkelijk waarschijnlijk zelf gemaakt hebt. Ik heb ze weer eens gezegd dat ze hun woordenlijsten moeten opschonen, maar of er ook maar iemand aan de andere kant luistert? Waarschijnlijk niet. Zo’n dag is het.

Vervolgens zet ik thee en snij ik me aan... een koekkruimel. Een koekkruimel, ja. Een koekkruimel! Bloody basterd. Zo’n dag is het.

Dus met een vingerpleister om mijn duim ga ik verder werken, wat ook weer een heel erge beproeving is, aangezien mijn vertaalprogramma er om de haverklap mee kapt. Dat komt niet door het programma zelf, maar door een terminologiedatabase (termbase) die ik er bij moet gebruiken en er zitten fouten in dat programma, waar ik natuurlijk als gebruikende leek niet bij kan of kan fixen. Kortom: een vertaling die ik vóór het middaguur af wilde hebben, kost me tot 1500 uur. Zo’n dag is het.

Odile probeert me tussendoor op te beuren, door vrolijk te zeggen dat we allebei niet genomineerd zijn bij de schrijfwedstrijd die de Boekenkrant uitschreef. Ze zag twee verhalen die over corona gingen, twee over de zorg en nog een ander verhaal. Ik ben blij dat ik niet genomineerd ben. Zo’n dag is het.

Volgende punt op de agenda: orthodontist met Oscar. De vorige keer dat we daar waren was hij vijf en zaten we ruim een uur te wachten voordat we binnen twee minuten weer buiten stonden met het advies te wachten tot zijn melkgebit was gewisseld. Ik vreesde zo’n dag. Het viel mee, godzijdank. Inmiddels lopen er in plaats van één orthodontist nu vijf rond, dat scheelt. We kwamen aan, kregen een formulier in te vullen en toen kon Oscar meteen mee om foto’s te maken. Hij heeft een smalle bovenkaak en een bredere onderkaak en het moet andersom, dus

Lichtgroene boeken

ze gaan zijn bovenkaak oprekken, zodat zijn bovenkiezen over zijn onderkiezen vallen en niet erin. Dat oprekken klinkt enger dan het is, hoewel hij een hele constructie in zijn mond krijgt, dat moeders twee keer per dan mag aandraaien. Dat wordt nog wat. Vervolgafspraak is eind juni en begin juli (3 dagen voordat we vakantie hebben) heeft Oscar een beugel. Hij ziet het natuurlijk totaal niet zitten, maar ik denk dat het snel went.

Omdat de ortho een meevallertje was, eten we op tijd en kan ik voorlezen. Een spannende scène over twee ijsberen met ijzeren pantsers aan die elkaar bevechten. Het bloed spat in het rond. De grond dreunt van de berenpoten die erop neerkomen. Tip voor beginnende schrijvers: schrijf actiescènes zo precies mogelijk op. De spanning zit namelijk in de gebeurtenissen die je voor je wil zien en niet in de halve zinnen. Ik hoor de docent schrijftraining van jaar 1 van de Schrijversvakschool nu praten, want hij zei in les 3 precies hetzelfde en kreeg glazige ogen als antwoord, maar hij heeft gelijk. Niet de tekst moet spannend zijn, maar de scène. Dus, collega-schrijvers, zo precies mogelijk.

En nu ‘zo’n dag’ is bedwongen, kan ik verder lezen in mijn stapel lichtgroene boeken. Ik herlees nu Vaslav van Arthur Japin.

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter