Etymologisch woordenboek plus letter L

De Woordenspuwer: luiwagen

29 februari 2020 10 - 15 minuten

Dit is aflevering 12. Tijd om een van de suggesties van aflevering 1 te behandelen. In dit geval nemen we ‘luiwagen’. Dat is toch een soort spin?

Nee, dat is een hooiwagen. En daar valt etymologisch niet veel over te vinden. Dat wil zeggen, ik heb er niet naar gezocht, want de etymologie van luiwagen is boeiender: het blijkt een ‘schrobbezem met lange steel’ te zijn. Althans in die betekenis tref je het aan vanaf 1682. Daarnaast betekent het ‘dwarshout ter ondersteuning van de roerpen’ en we zijn ineens in de scheepstermen beland. Nou ja, niet echt verrassend, aangezien heel veel woorden zijn afgeleid van scheepstermen. Dat heb je nu eenmaal in een land als Nederland. We hebben er ook een heleboel geëxporteerd.

„ luiwagen ”

Luiwagen of leiwagen?
Volgens een site met uitleg over scheepstermen (zie bronnen) is luiwagen niet juist en moet het leiwagen zijn. Dat is een (en ik citeer): “stang of beugel dwars over het dek waarover een schootsblok met hondsvot kan lopen”. Wordt ook wel overloopslede of overloopwagen genoemd. De luiwagen in deze context is een ‘balk dwars over het schip met gaten erin’. In die gaten kon je korvijnagels (pennen) plaatsen om de helmstok (roer) in een bepaalde stand te houden. Niks geen schrobbezem dus. Tenminste niet om het dek te schrobben.

Het schoot zijn de lijnen aan een zeil. Een hondsvot is een scheldwoord voor een vrek, een benaming voor ‘het schaamdeel van een wijfjeshond’ zoals het op etymologiebank.nl zo netjes heet én het is een deel van een blok (katrol). Een blok bestaat uit verschillende delen, waaronder een ophanghaak en daartegenover een oog om het uiteinde van een talie (takel) vast te maken. Dat uiteinde heet een hondsend en daar hebben de grapjassen op zee waarschijnlijk hondsvot van gemaakt.

Roerganger, rotmok, poespas en raasdonders
De Grote Roerganger van de Culturele Revolutie, Mao Zedong, zou zich wel twee keer hebben bedacht om deze naam aan te nemen als hij wist wat roerganger was. Volgens de etymologie heeft hij deze term in omloop gebracht en is het nu schertsend ‘leider, voorzitter’ gaan betekenen, maar op zee is het een mixdrank van whisky, apricotlikeur en sterke koffie. Misschien is het drankje wel naar de man vernoemd, bedenk ik mij ineens.

Zeelui nuttigen wel meer vreemde zaken. Wat dacht je van rotmok? Of poespas? Rotmok was rijst met hachee, oftewel rijst met vleesresten. Poespas was de hutspot van de Groenlandvaarders, later was het vlees, gort of rijst en groenten. Raasdonders is een vrij bekend gerecht en komt ook al uit de zeewereld: kapucijners met vet, uitgebakken spek, geserveerd met gebakken aardappelen en garnituur. Als je de kapitein was, at je bramstaglopers, wat in feite hetzelfde was. Chic, maar het blijft even smerig.

Woordwolk L

Poerlepap
De allermooiste term vind ik toch wel poerlepap. De volledige uitdrukking luidt: poerlepap van Baadje. Baadje was een Indische kadraaier (iemand die met zijn bootje naar grotere schepen voer om eten te verkopen) en zijn poerlepap was niet aan te slepen. Waar poerlepap uit bestaat, weet niemand precies, staat er op vaartips.nl, maar met die uitleg neem ik geen genoegen. Tijd om detective te spelen.

Poerlepap klinkt duidelijk als een verbastering, maar waarvan? Een Maleis woord? Eerst maar eens googelen en kijken wat er zoal naar boven komt. Meer scheepstermen-pagina’s met precies dezelfde tekst. In Delpher krijg ik zowel hits voor boeken als voor krantenartikelen.

Oude boeken en kranten
In de romans Menschen uit ’n stil stadje (1920) en Menschenhart (1939), beide van Alie Smeding, komt poerlepap voor. In de eerste is poerlepap “een Fransche mesjeu, die Fransche poer-le-pap, de windhapper met z’n wit zijën vessie”. Slappe hap dus. In de tweede wordt het gebruikt als ‘onzin’. Geciteerd uit Menschenhart: “Ik zou ook kennen zeggen: het is voor je eigen bestwil, dat ik je niet laat gaan (...) en meer van die poerlepap.”

Door de schrijfwijze poer-le-pap en dat expliciete Fransche ervoor associeer ik poerlepap met Frans: pour le pap. De poerlepap op schepen was een zoete lekkernij en leek op chocoladevla. Een soort pudding van “sap uit bomen met kruiden gemengd, erg zoet” volgens een krantenartikel uit 1963. In de Heldersche Courant van 16 december 1922 staat een verslag over diezelfde poerlepap van Baadje: “...een donkere pap waarin vele vruchten waren verwerkt, voornamelijk papaja.” Maar Baadje wilde zijn recept niet prijsgeven.

Etymologisch gezien denk ik dat poerlepap een verbastering is van het Franse pour le pap ('voor (in) de pap'). Vindplaats: jaren 1920 in de kop van Noord-Holland (Enkhuizen, Den Helder). Oudste herkomst is onbekend. Betekenis: alles wat je kon mengen gooide je bij elkaar, je deed er een zoet bindmiddel bij (vla, pudding, yoghurt...), even roeren en klaar. Overdrachtelijk kon het betekenen: 'een fat', 'een windbuil' of 'kletspraat, onzin'.

Heb ik dit goed geëtymologeerd of is het een knap staaltje gepoerlepap?

Bronnen:
Leiwagen
Luiwagen
Schootsblok
Hondsvot
Hondsvot (scheepsterm)
Roerganger
Roerganger (scheepsterm)
Rotmok
Raasdonders
Kadraaier
Poerlepap

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter