Etymologisch woordenboek plus letter O

De Woordenspuwer: oorlam

5 april 2020 10 - 15 minuten

Dit is aflevering 15. ‘Oorlam’ is een soort sla, toch? Wat ‘oorlam’ precies betekent, wist ik tot het schrijven van dit blog niet. Het is dan ook een zwaar verbasterd woord.

Maleis
Orang batoe datang en orang lama datang. Op de laatste Maleise uitdrukking gaat oorlam terug. De eerste betekent ‘mens die pas is aangekomen, groentje’ en slaat op de nieuwe lichting Nederlanders die op weg was naar Indië. In de tussenstop op Kaap de Goede Hoop wisselden de nieuwkomers van plek met de oudgedienden: de orang lama datang ‘mens die lang geleden is aangekomen, oudgast’. Deze uitdrukking werd ingekort tot orang lama, orang lam en verbasterd tot oorlam. De oorlammen hielden wel van een borrel, zo zeer zelfs dat oorlam al snel ‘borrelaar’ ging betekenen en later overging op de inhoud in het glaasje: ‘borrel’.

Oudnederlands
De slasoort waarmee ik oorlam verwarde, is lamsoor. Het is een plantje dat alleen groeit in kwelders, in gebieden die regelmatig overspoeld worden met zeewater. Ook wel schorren of slikken genoemd. In Nederland komt lamsoor alleen voor in het Waddengebied en in Vlaanderen in het Zwingebied, waar de plant dan ook zwinneblomme wordt genoemd. Etymologisch gezien is lamsoor genoemd naar de vorm van het blad dat op een lams- of schapenoor lijkt.

De mix
Het is grappig om te zien hoe makkelijk ‘oer’-Nederlandse begrippen met woorden uit het Maleis of Indonesisch kunnen worden gemengd, terwijl je helemaal niet het idee hebt dat de woorden uit een andere taal komen. Zo hebben we in het Nederlands polders, kwelders, schorren en slikken en je kunt er over piekeren, soebatten en bakkeleien of dit typisch Nederlandse fenomenen zijn.

Woordwolk O

Polderen
Al in 1130 sprak men over een polre. In het Latijn heb je polra of polrum, wat geleend is uit het Nederlands. In de twaalfde eeuw bestonden ‘bedijkingen aan zee of benedenrivieren’ al, de oudste polders. De oorspronkelijke betekenis ‘stuk land dat zich boven zijn omgeving verheft’ lijkt tegenstrijdig met wat we nu als polder zien, namelijk een laaggelegen stuk land dat is drooggemaakt. Dat is een kwestie van perspectief: vroeger slibde er land aan en als er voldoende boven de waterstand bleef liggen,

werd het omdijkt. Nu doen we het andersom: we leggen een dijk aan en dan pompen we het water weg. Beide vormen noemen we polder.
Het heeft geen zin om daarover te bakkeleien. Bakkeleien is een verbastering van berkelahi, Maleis voor ‘bezig zijn met vechten’. In 1715 betekende het nog ‘vechten’, nu is het vooral ‘bekvechten’.

Kwellen en piekeren
Wat betreft de kwelders, schorren en slikken. Etymologisch gezien stamt kwelder van kwellen dat in 1477 ‘opwellen, opborrelen (van water)’ betekende en als zelfstandig naamwoord kwel had. Kwelder zou een verkorting van kwelwater kunnen zijn. Dit woord werd overigens alleen in Noord-Holland gebruikt, in andere delen van Nederland noemde men dit buitendijks land gors of schor. In de plaatsnaam Schoorl kom je dat schor nog tegen. Schor stamt waarschijnlijk af van scheren ‘afsnijden’ en betekende ‘afgesneden, uitstekend stuk land’.

We hoeven er niet over te piekeren dat schor een synoniem is van kwelder. Piekeren is in 1887 voor het eerst in de woordenboeken gevonden en komt van het Maleise pikir ‘overdenken, overleggen’, dat weer ontleend is aan het Arabische fikr. Waar we wel over kunnen soebatten is waarom slik een meervoud slikken heeft, maar slijk geen meervoud slijken (zie aflevering 1). 

„ oorlam ”

Soebatten of slikken
Hierboven gebruik ik soebatten niet correct. Het betekent namelijk volgens Van Dale: “vleiend vragen, aanhouden om iets door vleiende woorden gedaan te krijgen”. Als voorbeeldzin staat er: “Na lang soebatten kreeg hij het eindelijk gedaan.” Het woord gaat dan ook terug op het Maleise sobat ‘vriend’ dat ontleend is van het Arabische suhba(t), dat ook ‘vriend’ betekent.
Ik vat het op als ‘langdurig discussiëren’, waarbij er hoogstwaarschijnlijk óf een slap compromis wordt gesloten óf de kwestie onbeslist blijft. Deze uitbreiding van de betekenis bestaat pas sinds de 20e eeuw.

En nu de hamvraag: waarom heeft slikken een meervoud en slijk niet. Goede vraag. Bij het lemma slik word ik doorverwezen naar slijk.
Slijk gaat terug op het oerwoord slihta ‘glad, glibberig’, dat ook slijm en slak heeft opgeleverd. Een verklaring voor het ontbreken van het meervoud zou kunnen zijn dat slijk een singulare tantum is. Slijk en modder kun je niet tellen. Slik, dat eerst een synoniem was van slijk, is later ‘een stuk land’ gaan betekenen. Stukken land kun je wel tellen en dan ontstaat er een meervoud. Ik baseer me op een zinnetje bij de etymologische uitleg (uit 1212): “...een tiende van het nieuw opgedoken land dat slik wordt genoemd.”

Bronnen:
Etymologie van oorlam
Lamsoor (Wikipedia)
Maleise/Indonesische woorden in het Nederlands
Kwelders en schorren
Polder
Kwelder
Schor
Slik
Bakkeleien
Etymologie van soebatten
Soebatten (artikel in Trouw)
Piekeren

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter