De Woordenspuwer: turven

11 juni 2020 10 - 15 minuten

Dit is aflevering 20. Via Facebook vroeg ik naar woorden om uit te pluizen en ‘turven’ was daar een van, met daarbij de vraag: ‘Wat deden ze eigenlijk vóórdat ze gingen turven?’

Het tellen met vier verticale streepjes en een vijfde (horizontaal) streepje door de vier eerste kennen we wel: turven. In saaie lessen turf je hoe vaak de leraar ‘hè’ of ‘eh’ zegt en als je mijn jongste zoon bent dan turf je alles van buitenlandse nummerborden tot en met de statistieken van computerspelletjes. Turven is makkelijk, je hoeft maar op één hand te kunnen tellen.

„ turven ”

Turf
Turven komt van turf. Turf is ‘brandstof uit veen’ en het woord is voor het eerst in 1126 in de geschriften gevonden. Turf heeft alleen in Nederland deze specifieke betekenis, in andere Indo-Europese talen betekent het algemener ‘graszode, grasmat’. Verder is de herkomst van dit woord speculatief, dat wil zeggen dat de etymologen het eigenlijk niet weten. Turf is waarschijnlijk verwant met het Russische derbá ‘braakland, grasland’ dat weer is verbonden aan het Sanskriet darbha- ‘bundel gras’, met als Proto-Indo-Europese stam der- ‘scheuren, barsten’, maar vanaf hier lopen de meningen uiteen.

Andere betekenissen van turf zijn ‘renbaan’ (uit het Engels), ‘gestolen goed’ (Bargoens) en ‘ezelzadel’. Daar gaan we verder niet op in.

Turven
Is ‘turf steken’ en ‘tellen met streepjes’. Die laatste betekenis is pas in 1911 ontstaan. Het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT) geeft als verouderde en andere betekenissen nog: ‘een voorraad turf aanleggen’ en ‘je gevoeg doen’ (voornamelijk gebruikt in België). Turf werd waarschijnlijk op deze manier geteld: vier verticale turven en een horizontale erbovenop.

Het gebruik en de betekenissen van turf en turven lopen een beetje door elkaar. Het WNT denkt dat turf ‘vijftal’ is afgeleid van het werkwoord turven, dat op zijn beurt weer is gevormd door de gelijkenis met de turf ‘brandstof’.

Veenmaten
Onder de r besprak ik al oude lengte- en oppervlaktematen. In de veenwinning waren er eigen maten, zoals een klem (een laag turf, 17 cm), een turf (daar heb je hem weer, nu in nog een andere betekenis. De turf was 45 x 12 x 15 cm), een dagwerk (de hoeveelheid turf die een ervaren turfploeg in een dag kon steken), een turfton (40 turven), vergraven oppervlakte per dagwerk (54 vierkante meter bij een dikte van 12 klem) en een stok (8 voet (2,64 m)) en een dagwerk was 50 stok. Maar of ze dit ook turfden, vermeldt de historie niet.

woordwolk T

Tellen vóór het turven
Men telde met vingers, neuzen, steentjes, kralen, kiezels, knopen, gewoon met dat wat voorhanden was. Je kon als boer tien vingers en een duim koeien hebben en als er een weg was, hield je tien vingers over en wist je dat je op zoek moest naar die verloren duim. Maar het getal of beter het begríp 11 kenden ze niet. Symbolen gebruiken voor hoeveelheden ontstond waarschijnlijk zo’n 5000 jaar geleden. Ineens had men door dat het effectiever was om symbolen op een kleischaal te krassen dan om een zak vol steentjes met je mee te zeulen.

Wikipedia meldt dat er eeuwenlang geturfd is. Op een kerfstok, dan wel in een stuk steen of op hout. Een kerf betekent dat er iets is geteld, maar hoeveel een kerf is, kun je daar niet uit afleiden. De inkeping kan tien zijn of honderd, er staat maar één kerf. De Indiërs begrepen 2500 jaar geleden dat er iets moest gebeuren: iedere hoeveelheid had zijn eigen symbool nodig. Zij vonden de cijfers uit en omdat de Arabieren ze overnamen en verbeterden, noemen we ze Arabische cijfers en niet Indiase cijfers. De Romeinen namen hun eigen manier van opschrijven mee, de Romeinse cijfers.

Rekenen
Als je kunt tellen, kun je nog niet rekenen. Bij de manier waarop wij nu onze cijfers gebruiken voor getallen, komt een hoop rekenen kijken. De Babyloniërs noteerden een hoeveelheid 430 bijvoorbeeld als oooo+++, waarbij de o 100 betekende en de + 10. Wij schrijven 430 en bedoelen 4 keer honderd plus drie keer tien. Dat lijkt verdacht veel op rekenen.

Terug naar de talen. In het Nederlands zeg je ‘achtennegentig’, in het Engels ‘ninety eight’ en in het Frans is dat ‘quatre vingt dix huit’, ofwel: vier twintig tien acht. Er is een taal die het nog bonter maakt met tellen, zegt Gaston Dorren in Lingua, en dat is het Bretons, een Keltische taal. Die rekenen, nee tellen, zo: 78 is drie zes en drie twintig. 59 is negen en halfhonderd. Moeten Bretonnen 78 bij 59 optellen dan raken ze in de problemen. De mensen uit Wales tellen nog ingewikkelder, alleen als ze moeten rekenen stappen ze over op een ander systeem: acht tien zeven plus vijf tien negen. Problemen opgelost. 

Of ze zetten gewoon vijftien groepjes van vier streepjes met een dwarsstreepje en drie loss streepjes plus elf groepjes van vier streepjes met een dwarsstreepje en vier losse streepjes. Precies dezelfde uitkomst, maar het is wel om turfeluurs, eh, tureluurs van te worden.

Bronnen:
Turf - turven
Turf (WNT)
Turven (WNT)
Veenmaten
Tellen
Geschiedenis van het tellen
Rekenen
Lingua - Gaston Dorren

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter