Etymologisch woordenboek plus letter U

De Woordenspuwer: uppie

29 juni 2020 10 - 15 minuten

Dit is aflevering 21. Hier zit ik dan in mijn ‘uppie’ te ‘urmen’ over de letter ‘u’. Die is een ‘uniek’ geval, kan ik ‘u’ zeggen. Maar veel etymologie is er ‘überhaupt’ niet te vinden over deze woorden. Daarom ga ik over iets anders ‘uitweiden’.

Uppie
Geen etymologie, behalve dat het in je uppie kan zijn of ‘een halve cent’ kan betekenen. Uppie geeft best wel wat hits als je het googelt. Een paar resultaten: uppie is Bargoens voor een halve cent, ook wel loefje genoemd. Uppie is een knikker, vergelijkbaar met een eentje of pinkie (maar nu begeef ik me op glad ijs) en je kunt een ‘uppie doen’ of ‘uppie lest’ roepen. Helaas weidden de boeken waarin ik deze termen vond, niet uit over de betekenis of de spelregels van het knikkeren. 

Uppie vond ik in de brieven van Frederik van Eeden, die dat als een koosnaampje voor Upton Sinclair gebruikte, een Engelsman met wie hij over socialistische zaken schreef. Verder nog gevonden: uppertje als inhoudsmaat met als varianten uperken (kwart kan) en upperken (trekpotje voor thee) en volgens één bron zou uperken gevormd worden door een upperken plus een uppie. Dat vond ik uiterst vaag.

Urmen en überhaupt
Urmen of ermen is Zaans voor ‘och arm roepen’. Meer etymologie is er niet. Überhaupt is een vrij nieuw woord (1905) en ontleend uit het Duits. Het komt uit de handel waar men het over über houbet had als men de hele veestapel kocht of verkocht en niet per stuk bekeek wat elk dier waard was. Een totaalprijs. Maar met deze woorden kun je geen fatsoenlijk blog schrijven.

Uitweiden
Het woord uitweiden wordt al interessanter, maar is nog te summier. Het Middelnederlandse wtweyden betekende ‘laten kaalgrazen’ en ‘buiten de gewoonlijke plek laten grazen’. Vaak wordt het geschreven als uitwijden, omdat we er tegenwoordig wijd ‘breed’ in zien en niet meer de associatie leggen met de wei waarin gegraasd wordt. Dit heet volksetymologie. Maar dat was niet het onderwerp waarover ik wilde uitweiden. Ik heb een onderwerp nog niet besproken, maar wel vaak genoemd in mijn stukjes: klankwetten of klankverschuivingswetten. Toch handig om daar het een en ander over te weten.

„ uppie ”

Klankwetten
Ik probeerde het onderwerp angstvallig te vermijden (en tot nu toe met succes), want ik heb de Hoogduitse klankverschuiving van de middelbare school nooit goed begrepen. Je moet ook heel veel tegelijkertijd onthouden: welke klanken onder invloed van welke (mede)klinkers veranderen, hoe ze veranderen en onder welke omstandigheden en in welke tijd. Ze heten klankwetten, dus er zal enige regelmaat en voorspelbaarheid in zitten. Een duik in het uitermate behulpzame internet.

Eerste Germaanse klankverschuiving (Wet van Grimm) (nooit geleerd op de middelbare)
Uitgewerkt door Jacob Grimm (een van de broers van de gebroeders Grimm, van de sprookjes, inderdaad) in 1822. Hij stelde dat er in de Germaanse talen drie groepen klanken waren die ‘verschoven’. Van een Proto-Indo-Europese (PIE) p, t, k, kw naar een Proto-Germaanse (PG) f, th, ch en chw (plofklank wordt wrijfklank), van PIE b, d, g, gw naar  PG p, t, k, kw (van stemhebbend naar stemloos) en van PIE bh, dh, gh, ghw naar b/ss, d/dth (een stemhebbende th), g/w, gh/ng (van geaspireerde plofklank (stemhebbend) naar stemhebbende wrijfklank). Die laatste zijn het lastigst. Maar je kunt er donder op zeggen dat de d van donder dus een dh in het PIE was. Dhondher. Het ligt er ook weer aan welke klinkers eromheen staan. Of nee, waar de klemtoon ligt.

woordwolk U

Wet van Verner (ook geen onderdeel van het middelbareschoolcurriculum)
Men neme vader en broeder. In het PIE is dat patér en bhréater. Let op de klemtoon: bij vader op de laatste lettergreep, bij broeder op de eerste. Als de Wet van Grimm wordt gevolgd, dan worden deze woorden father en brother. In het Oudengels zou dit dan faether en brothor moeten zijn, wat wel klopt voor broeder (brother) maar niet voor faether, want dat was in het Oudengels faeder, met een d. Hoe kan dit? Nou, zegt Verner, door de klemtoon. De

stemhebbende d in vader is gebleven omdat die makkelijker uit te spreken was als de klemtoon erná kwam. Later verloor het Oergermaans zijn variabele klemtonen en kreeg de klemtoon vast op de eerste lettergreep, waardoor de reden voor de niet-verschuiving verdween. Maar het is wat vreemd, omdat in het Nieuwengels het wel father is. Dus dit begrijp ik niet.

Ben je er nog? We gaan door!

Tweede Germaanse klankverschuiving (de gevreesde stof)
Bij deze klankverschuiving werden klanken zacht gemaakt (lenitie in het jargon). Dit gebeurde voornamelijk in West-Germaanse talen en in een afgebakend geografisch gebied (Benrather linie, zie bronnen). In het zuiden is de verschuiving volledig geweest, meer naar het noorden onvolledig. Deze Hoogduitse klankverschuiving voltrok zich in verschillende fasen over verschillende eeuwen. Wat er vooral gebeurde, was dat klanken aan het einde van een woord een wrijfklank werden (Latijn strata - Duits strasse) of verzachtten (Nederlands rijk - Duits reich). In de tweede fase werden p-klanken pf-klanken (paard - pferd), in de derde werden stemhebbende plofklanken (b, d, g) stemloos (b, t, k). Er is nog een vierde fase (van th naar d), maar die willen de taalkundigen liever als aparte verschuiving rekenen omdat het om één klank gaat.

De u, daar hadden we het over. Die is óók verschoven, kreeg een umlaut (ü) of werd onderdeel van een diftong (een tweeklank: eu of ui of au). Die verschuivingen zijn een unicum in de Germaanse talen, dat dan weer wel.

Bronnen:
Uppie
Uppertje
Uperken & urmen
“Uppie” (Bedoeld wordt Upton Sinclair)
Uppie doen
Uppie lest
Urmen
Überhaupt
Uitweiden
Klankwet
Etymologie
Wet van Grimm
Wet van Verner
Benrather linie
Tweede Germaanse klankverschuiving

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter