Etymologisch woordenboek plus letter W

De Woordenspuwer: wiel

31 juli 2020 10 - 15 minuten

Dit is aflevering 23. Het ‘wiel’ staat wel in mijn top tien van de beste uitvindingen ever, net boven de wasmachine. Het leven werd een stuk makkelijker en sneller sinds het wiel er is. Nu zijn we slechts een ‘rad’ of ‘radertje’ in het grotere geheel. Wat is eigenlijk het verschil tussen een ‘wiel’ en een ‘rad’?

Woordwolk W

Wiel en rad
Het verschil tussen wiel en rad is de etymologie, verder zijn het synoniemen, hoewel er een ander ding mee bedoeld wordt. Het wiel was, toen het net was uitgevonden, een platte, dichte, ronde schijf, waarin soms in het midden een uitholling was om een as door te steken. Denk aan een molensteen. Een rad kwam later en was opengewerkt en had vijf of zeven spaken. Een fietswiel is dus eigenlijk een rad.

Wiel in de betekenis van rad
Het woord wiel hebben we uitgeleend aan het

Fries, Oudnoords en het Middelnederduits. Het is verwant met het Griekse kuklos en de PIE-stam kwel(a)- ‘draaien, keren’. We hebben aan dat kuklos ook cyclus te danken, wat in principe ook een wiel is. En je kunt er het Sanskriet cakrá in zien, wat we nu chakra’s noemen. Niets meer dan ronddraaiende schijven energie op bepaalde punten van je lichaam. In het Litouws is kaklas ‘hals’ gaan betekenen.

Van kwel(a)- is kwekwlo of kwokwlo in het PIE gevormd, dat in het Latijn colere is geworden. Colere betekent ‘verbouwen, bewonen’ en heeft ons cultuur en kolonie opgeleverd. Er is ook een stam kwoles- dat ‘wagen’ betekent en waarvan het Oudkerkslavische kolo ‘wagen’ komt.

Rad in de betekenis van wiel
In dezelfde tijd als wiel is ook het woord rad in de boeken gevonden. Dit komt van een heel andere stam dan wiel en dat is rotao- ‘wiel’. Dit is een afgeleide van het PIE-werkwoord reta- ‘zich snel voortbewegen’. Het wiel benadrukt dus het draaiende mechanisme, het rad de snelle voortbeweging. Daar komt ook het spreekwoord rad van tong zijn vandaan. Radbraken (= breken op het wiel) en voor galg en rad opgroeien kunnen alleen maar uitgevoerd worden met een gespaakt wiel.

In het Oudnoords is er een woord rödthull ‘stralenkrans, zon’, dat een afgeleide is van rotao-. In het Oudzweeds is radur ‘hemel’. Ik krijg daardoor meteen associaties met de zonnenkoning Ra en Apollo met zijn strijdwagen die de zon over het hemelgewelf trok. Radur en Ra zijn niet verwant - er bestaat zelfs geen enkele relatie. Ook radar heeft niets met deze hemel van doen: dit is een letterwoord gevormd uit RAdio Detecting And Ranging (system).

„ wiel ”

Draaien vs versnellen
Bij een wiel zie je de draaiende beweging, zowel horizontaal als verticaal. Dit kan versnelling aanduiden, maar dat hoeft niet: een wiel kan ook op zijn plek (om zijn as) ronddraaien. Een wiel is een ronde schijf, een halswervel bijvoorbeeld. De etymologie van hals is onduidelijk, zoals dat heet op de website, maar het Latijnse collum is verwant en dat komt weer van de stam kwel(a)-. Men vermoedt dat hals een substraatwoord is.

Bij rad zie je de snelheid, vandaar dat rad ook ‘snel’ betekent. Het Oudhoogduits had naast rad de vorm giredi ‘snel’ en girado ‘plotseling’, dat via het Middelhoogduitse gerade ‘snel gegroeid, rechtop’ geëvolueerd is naar het Nieuwhoogduitse gerade ‘recht, juist’. Allemaal van dezelfde stam. De vorm gherat, gherade had je ook in het Middelnederlands in de Noordelijke provincies Holland en Friesland. De uitdrukking het is je geraden, komt niet hiervandaan; dat geraden is gewoon het voltooid deelwoord van ‘raden’.

Wiel in de betekenis van kolk
Een andere schijfvormige betekenis van wiel is ‘kolk door dijkdoorbraak ontstaan’. Een plas water dus. Meestal heeft een wiel een ronde vorm, dat is dan wel weer grappig. Etymologisch komt deze betekenis van wiel van het Oudnederlandse vual ‘afgrond’ (oudste vindplaats in de Wachtendonckse Psalmen van de 10e eeuw!), dat in het Middelnederlands wale is geworden met de betekenis ‘plas, poel, kolk’.

Het woord heeft een aantal varianten gekend: waal, weel en wiel. Waal is volgens een van de etymologen de verouderde vorm en wiel de gebruikelijke. In de Zeeuwse en Zuid-Hollandse dialecten werd het weel. Dit zie je nog terug in achternamen: Verweel in voorgenoemde provincies en Verwiel in overig Nederland en Vlaanderen.

De naam van de rivier de Waal komt hoogstwaarschijnlijk ook van deze poel van betekenissen vandaan.

Bronnen:
Wiel (rad)
Rad (wiel)
Wiel en waal
Rad (snel)
Hals
Wiel (kolk)

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter