Etymologisch woordenboek plus letter Y

De Woordenspuwer: yoghurt

27 augustus 2020 10 - 15 minuten

Dit is aflevering 25. De ‘y’ heeft slechts twee bladzijden in het woordenboek. Bij de meeste woorden spreek je de ‘y’ uit als ‘j’, bij een paar als ‘ie’ (Yggdrasil) en bij twee als ‘waai’. Die laatste twee staan voor de afkortingen YMCA en YWCA.

Vakantiestukje
Ik heb voor yoghurt gekozen, niet omdat daar etymologisch nou zo veel over te vertellen valt (komt uit het Turks), maar omdat de q, ook een exotische letter, al quark (kwark) was. Kwark en yoghurt. Of dan zouden we yoghurt als jogurt (zoals de Zuid-Afrikanen doen) moeten schrijven. Kwark en jogurt. Voor de rest wordt dit een vakantiestukje.

Dat verschijnsel heb je ook bij series op televisie en Netflix, vooral rond kerst en soms in de zomer. Dan gebeurt er iets in de tegenwoordige tijd van de serie, bijvoorbeeld, een van de hoofdpersonen eet jogurt uit een kopje met een aap erop. Dat kopje roept dan associaties op met een eerdere aflevering (coppelaetster!) en die aap eveneens (broodjeaapverhaal!). En hop, je hebt een aflevering gevuld met flashbacks en hilarische hoogtepunten. Succes verzekerd.

Nu kán ik dat ook doen met alle stukjes die ik tot nu toe heb geschreven, maar zoals al uit de v (verzuim) bleek, schrijf ik deze verhaaltjes niet op volgorde van het alfabet. Ik schrijf zoals het in me opkomt. Ik was bijvoorbeeld met de i bezig (ibbelig), maar ik loop daarin vast en vraag me af hoe ik het interessant genoeg kan krijgen. Meer onderzoek is geboden, dus nu een wat makkelijker tussendoortje: jogurt. Of ja, yoghurt dan, we zitten tenslotte bij de y.

„ yoghurt ”

Op reis door Europese talen
Aan de hand van het boek Lingua van Gaston Dorren neem ik je mee langs wat eigenaardigheden van de Europese talen. Dorren heeft het al mooi voor me uitgezocht allemaal, dus ik kan in de vakantiemodus gewoon eruit pikken wat ik leuk vind. Dat zijn vooral de grammaticale eigenaardigheden van talen die op een el, voet, roede of dagwand van het Nederlands verwijderd zijn. Plus de woorden die we zouden moeten overnemen uit andere talen. Woorden als gezellig, maar dan van die onvertaalbare woorden uit die andere taal, of zoals Dorren het zegt: iets waarvan het Nederlands beter zou worden. Daar concentreren we ons vandaag op.

Zwie
Het persoonlijk voornaamwoord svij (Oekraïens voor zoiets als ‘zich’ en door Dorren vernederlandst als zwie) zou een goede kandidaat zijn. Ik ken het natuurlijk al uit het Russisch, maar de Zweden gebruiken het ook. Ei, dan kunnen wij het ook! Neem nou de zin (en ik citeer uit Lingua, want dan hoef ik het zelf niet te verzinnen): “De overvalster gaf de politieagente een vuistslag en pakte haar fiets.” Wiens/wier fiets pakte de overvalster? Ha! Dat weten we niet. Maar als de zin wordt: "De overvalster gaf de politieagente een vuistslag en pakte zwie fiets”, dan pakt de overvalster haar eigen fiets. Als de zin “haar fiets” houdt, bedoelen we de fiets van de politieagente. Handig toch?

Tayrn of toch gewoon tornen?
Onder doemdenken zocht ik een woord om het gevoel van de klimaatcrisis te vangen. Het Reto-Romaans biedt misschien uitkomst met schischuri, ‘de wanorde die de wereld beheerst’. Ik schischuri over de klimaatcrisis. Hm... Dat woord komt niet door de FUDGE-test, vrees ik. Het Manxe tayrn dat onder andere betekent (en ik citeer Lingua weer, lekker makkelijk zo’n yoghurtblogje): “’dragen, heffen, lichten, tillen, beuren, trekken, rukken, sjouwen, slepen, sjorren, rijten’ - en dan zijn we er nog lang niet. Kortom, een woord dat een heel scala aan

woordwolk Y

lichamelijke inspanningen bestrijkt.” Ja, en wij tayrnen dat gewoon naar het overdrachtelijke en dan begrijp je hoe moeilijk die klimaatcrisis is. Te gebruiken in krantenkoppen als: “De politiek tayrnt (aan) de klimaatcrisis”. Dat tayrnt zal al snel tayrent in het Nederlands worden, of taairent. Daar kun je taai-rennen van maken. En ja, de klimaatcrisis oplossen heeft wel iets van taai rennen, alsof je door stroop ploegt of een taaitaai-pop eet. Of we houden het toch gewoon op het Nederlandse tornen. Wel een stuk saaier.

De hele bourach (Schots, 'wanboel')
Voordat je me (NIET zwie, want dan doe je het jezelf aan) gaat boycotten en me gaat beschuldigen van fachsimpeln (Duits, ‘vakidioten, in vakjargon spreken’) in een onbegrijpelijk ptydepe (Tsjechisch, spreek uit als 'ptíédjepje' ‘jargon’), wacht nog even en dan mag je zelf bepalen of ik dit bij elkaar heb gesmratsefratst (Bulgaars, van smrătafrătsano, ‘in elkaar geflanst’) of niet. Het is tenslotte vakantie en dan hoor je lekker te gaan iesjèmmesjen (Maltees, van ixxemmex, ‘jezelf (zwie!) koesteren in de zon’), tenzij het weer zo’n dag vol samregn (Faerøers, ‘aanhoudende regen’) is natuurlijk, dan kun je beter zo snel mogelijk aan een bothántaíocht (Iers, spreek uit: 'bohóntiecht', ‘van huis naar huis trekken om gezellig te kletsen’) beginnen. Wel een pantalon aan, een sjaal om en een woordenboek mee.

Bronnen:
Yoghurt
Lingua - Gaston Dorren

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter