Drie boeken op een stapel

Hanna Bervoets: de Pixar van de Nederlandse letteren

24 september 20215 minuten

Voor de special Tweestrijd voor Fantasize las ik drie romans van boekenweekgeschenkschrijfster Hanna Bervoets: 'Efter' (2014), 'Fuzzie' (2017) en 'Welkom in het rijk der zieken' (2019). In hoeverre kunnen we haar verhalen tot de genreliteratuur rekenen?

Hanna Bervoets’ werk is meedogenloos. Dit komt niet alleen door haar onderwerpen, zoals eenzaamheid of chronische ziekte, maar ook door de interactie van de personages, haar gebruik van de taal en haar vermogen om de vinger precies op de pijnlijke plek te leggen en erin te gaan wroeten. Zijn dit complimenten? Ja, want te vaak worden verhalen geschreven waarin de intrige omzeild wordt, verstopt zit in de subcontext of waarin eufemismen de boventoon voeren. Bervoets doet dit niet. Dat maakt haar romans ongemakkelijk, maar ook eerlijk, rauw en tegelijkertijd troostrijk.

Hanna Bervoets (1984) deed een bacheloropleiding Media & Cultuur in Amsterdam en later een master Journalistiek & Research, eveneens in Amsterdam. In New York volgde zij een semester aan de Tisch School of Arts, waar ook Woody Allen en Lady Gaga hebben gestudeerd. Haar literaire carrière begon met columns voor onder andere het NRC en Volkskrant Magazine. Ze debuteerde in 2009 met de roman Of hoe waarom, waarmee ze meteen de ScriptPlus-prijs voor beste debutant won. Daarna volgden nog zeven romans en vele prijzen, waarvan in 2017 de Frans Kellendonk-prijs voor haar hele oeuvre.

Hanna Bervoets
Foto: © Roger Cremers/Hollandse Hoogte

Bervoets’ werk bevat vaak speculatieve elementen of is gesitueerd in een nabije toekomst. Efter is bijvoorbeeld zo’n toekomstverhaal waarin een pil tegen verliefdheid is uitgevonden en de gesteldheid als verslaving wordt gezien en behandeld. Dat op zich is al een meedogenloos en hard idee: hoezo is verliefd zijn een probleem? Maar direct erna denk je aan de pil van Drion voor mensen die vinden dat hun leven ‘voltooid’ is. Even meedogenloos, als je niet in zelfbeschikking gelooft, zoals ik. De interesse is gewekt. Wat volgt is een ingewikkeld plot met vier volwassenen die aan de wieg hebben gestaan van de pil Efter. We volgen hen en een stiefdochter van een van hen. De lijntjes komen samen in een obscure behandelkliniek in een bos waar de stiefdochter terechtkomt.

Daar blijkt dat de pil een onverwacht neveneffect heeft, waarmee het thema van het boek op scherp wordt gezet.

Over Efter is veel geschreven en Bervoets wordt in de literaire wereld vooral geprezen om het feit dat ze sciencefiction- of speculatieve elementen gebruikt om haar punt te maken, want dat zou zo vernieuwend en grensverleggend zijn. Een recensent op Hebban, Sarah de Waard, is het daar niet mee eens. Zij zegt: “Efter is slechte sciencefiction, geschreven door iemand die weinig tot niets van het genre weet.” En een eindje verderop: “... sciencefiction is boven alles een ideeëngenre, een ‘wat als’-genre. (...) een sciencefictionschrijver moet de vraag ‘wat als?’ niet alleen stellen, maar ook beantwoorden.” Verder gaat De Waard in op het wetenschappelijke van Bervoets’ roman en beweert ze dat dit vrij zwak is en niet goed onderzocht. Ze verwijt Bervoets dat ze de achterliggende filosofische en ethische kwesties alleen aanstipt en niet verder uitwerkt, wat ze uiteindelijk het sciencefictiongenre geen recht vindt doen.

De Waard heeft wel en niet gelijk. Ja, sciencefiction is bovenal een genre waarin je de gevolgen van (nieuwe) technologie tot in de extremen kunt onderzoeken, maar waarom zou je dat op de geijkte, in de sciencefiction beproefde manier doen? Waarom bouw je niet een ingewikkeld plot, waarin al duidelijk wordt dat de hele opzet en lancering van de pil Efter een farce is, een onwetenschappelijke geldwolverij met onvoorziene gevolgen? Het moraal en de ethiek die in de sciencefiction die De Waard bedoelt, onherroepelijk om de hoek komen kijken, worden ook behandeld in Efter. Alleen zit dit verstopt - of nou ja, niet eens, want het boek is helder en scherp geformuleerd - in de relaties tussen de vier volwassenen en tussen de inwoners van de kliniek in het bos. Daar speelt zich de intrige af, daar komen zaken als moraal en ethiek voorbij, zonder dat de nadruk erop valt. Daarnaast gaat het verhaal niet over de eventuele werking of ethische implicaties van een pil, het gaat om menselijke verhoudingen en hoe die uit het lood geslagen worden door een kwakzalverig idee als ‘verliefdheid is een verslaving en daar moet je iets aan doen’.

In hun enthousiasme een nieuwe technologie te onderzoeken, vergeten sciencefictionschrijvers wel eens dat een roman allereerst een verhaal vertelt. De ideeën die erin verwerkt worden, moeten gedragen worden door de personages, niet door de ideeën zelf. Een roman is geen wetenschappelijk artikel. Bervoets balanceert op het snijpunt van realistische fictie, zoals die in literair Nederland zo geprezen wordt, het thriller- en sciencefictiongenre, maar zorgt dat het verhaal de ideeën draagt.

In Welkom in het rijk der zieken is het speculatieve element verregaand geabstraheerd. Clay, de hoofdpersoon, wordt ziek na een bezoek aan een kinderboerderij, waaraan hij een chronische vermoeidheid overhoudt en pijn over zijn hele lichaam. De roman is een weergave van zijn strijd om met de nieuwe situatie om te gaan en deze te accepteren. Het meedogenloze van deze roman zit hem in de onverbloemde beschrijvingen van hoe een chronische ziekte werkt, hoe het voelt en hoe de omgeving reageert. Bervoets gebruikt de jij-vorm om over Clay te vertellen en springt door de tijd heen, soms met flashbacks, soms met vooruitwijzingen. Deze twee aspecten zorgen voor een vervreemding, net zo’n vervreemding als Clay moet voelen voor het veranderen van zijn eigen lijf en hoe de omgeving van hem afdrijft. Het ongemakkelijke is dat je als lezer in de wereld van Clay wordt gezogen en tegelijkertijd toeschouwer blijft: welke kant moet je kiezen? Wil je wel kiezen? Kún je wel kiezen?

Books met boeken

De jij-hoofdstukken met Clay worden afgewisseld met hoofdstukken in een parallelle wereld, die uit dialogen bestaan, gevoerd tussen Clay en ene Susan. Dit zou het sciencefictionelement van Welkom in het rijk der zieken moeten zijn, of het ‘virtual reality’-element zoals Thomas van Veen in zijn recensie in het NRC schrijft: “Sciencefiction gaat toch vooral leven als er te midden van de kunstmatigheid nog menselijkheid voelbaar is. Het kunstmatige kader, het literaire laboratorium, is geen doel maar een middel.”

Een parallelle, metaforische wereld is geen sciencefiction, ook niet als je dit ‘virtual reality’ noemt. Ik zie ‘het rijk der zieken’ dan ook meer als een essayistisch antwoord op het werk van Susan Sontag, waaraan wordt gerefereerd door Marla, een vriendin van Clay die aan fibromyalgie lijdt. Haar scriptie ging over Sontag. De roman wordt gaandeweg essayistischer, terwijl het met Clay steeds slechter gaat, tot het punt waarop hij door de pijn in zijn bed blijft hangen met vuile kleren aan en zijn cavia beneden in haar eigen uitwerpselen sterft.
Vele recensenten vinden het rijk der zieken een metafoor en zien het niet als virtual reality. Daarin moet ik ze gelijk geven, maar het vervreemdende element, het schakelen tussen een echte wereld en een - vooruit - een fantasiewereld, is toch iets wat ik tot genre zou rekenen, zij het dat het weer niet ‘volgens de regeltjes’ is uitgewerkt.

De scène met de cavia was trouwens het meest meedogenloze en minst troostrijke wat ik tot nu toe van Bervoets heb gelezen. Je zou Clay zo graag een pluizig balletje gunnen om hem een beetje op te beuren uit zijn ellende. Dat ontvangen verschillende mensen in Fuzzie, gewoon via de post. Afzender onbekend. Ook Fuzzie bestaat uit een complexe mozaïekvorm, maar het werkt. Op een gegeven moment begint het balletje te praten en na de eerste schrik luisteren de ontvangers en gaan ze zelfs langzaam doen wat het balletje hen vraagt of voorstelt:
“Hé, zei het bolletje vanochtend: heb jij nog fotoboeken uit je kindertijd? En als je door de boeken bladert, op hoeveel foto’s lach je dan naar de camera? Op die momenten deed je waarschijnlijk wat je moeder je opdroeg, maar zijn er ook foto’s waarop je lacht terwijl je iets anders doet?”
Krijg je nu niet de neiging in je oude fotoboeken te gaan zoeken? De personages in Fuzzie in ieder geval wel. Stuk voor stuk zijn ze eenzaam of lijden aan een gebroken hart, staan op een kruispunt in hun leven, missen iets, maar weten niet precies wat.

Fuzzie is meedogenloos omdat het eenzaamheid blootlegt in het stilistisch zeer strakke en tegelijkertijd poëtische proza van Bervoets. Het pluizige balletje, door een van de personages Fuzzie genoemd, is een verzachting, een vervanging voor het verlies. Het feit dat het balletje uit het niets komt, ondanks dat het met de post wordt bezorgd, het feit dat het balletje gaat praten en naarmate het beter gaat met de persoon die hem heeft, haartjes verliest en uiteindelijk verdwijnt, is een speculatief element. Maar wat voor een? Hebben we hier met magie te maken? Met technologie? Met magisch-realisme soms? Ik opteer voor het laatste, want het bijzondere wordt eerder geaccepteerd dan het normale; de definitie van magisch-realisme. Het effect van de maffe, pratende stressbal werkt via de personages door op de lezer. Op den duur ga je verlangen naar de pathetisch-filosofische volzinnen en gekke invalshoeken en vreemde ‘opdrachten’, waardoor je je na het dichtslaan van het boek toch iets meer getroost voelt dan ervoor.

Drie boeken op een rij

Lang heb ik stilgestaan bij de structuur, verhaallijn, personages en speculatieve elementen van deze drie romans. Maar de vraag in hoeverre we Bervoets’ werk tot de speculatieve literatuur kunnen rekenen is daarmee nog niet beantwoord. Overduidelijk zitten er bepaalde elementen van de genreliteratuur in haar verhalen, maar wel zo, dat de menselijke verhoudingen, de meedogenloosheid van het bestaan en de eventuele troost of ontroost de boventoon voeren. Is Efter slechte sciencefiction? Nee, maar de vraag is of het überhaupt wel sciencefiction is. Houd je er een brede definitie van het genre op na, dan wel: het is een literair experiment waarin de menselijke verhoudingen op scherp worden gezet als je aan één variabele gaat sleutelen, namelijk verliefdheid behandelen als een drugsverslaving. En nee, het is geen sciencefiction als je meer technologie en de daaruit voortvloeiende euforie of vernietiging verwacht. Hetzelfde geldt voor Welkom in het rijk der zieken.

Fuzzie is geen sciencefiction, fantasy misschien door het pluizige bolletje, maar ik zou het eerder een modern sprookje noemen, of scharen onder het magisch-realisme als er dan toch een etiket op moet.

En dat is het hem nou juist: ‘als er dan toch een etiket op moet’. Bervoets is met haar romans de etiketten voorbij of heeft er nooit ingepast en dat maakt haar de Pixar van de Nederlandse letteren. Moeilijke onderwerpen, personages die je eerst moet leren kennen voordat je van ze kunt houden, ontwikkelingen die pijn doen, goudeerlijk en meedogenloos zijn beschreven en je toch op een of andere manier uit je eigen van gewoontes aan elkaar hangende bestaan tillen, ja, zelfs troosten en ontroeren. Ik denk dat dat de ware functie is van speculatieve fictie, van (genre)literatuur.

“Zullen we naar het park, zei het bolletje vanochtend. Dan gaan we op onze ruggen in het gras liggen, vouw jij je handen om je achterhoofd, zoals ze dat in tekenfilms en prentenboeken doen en vertel je me over de eenhoorns en Loch Ness-monsters die je boven ons voorbij ziet drijven.”


Bronnen:
Hanna Bervoets
Hebbanrecensie Sarah de Waard
NRC-recensie Thomas van Veen
Efter - Hanna Bervoets
Fuzzie - Hanna Bervoets
Welkom in het rijk der zieken - Hanna Bervoets

Citaten komen uit Fuzzie.

 

Dit artikel verscheen eerder op Fantasize.

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter