Stapel boeken met roosjes

Once upon a time ... in Hollywood

16 augustus 201915 minuten

Afgelopen donderdag 15 augustus ging de film Once upon a time ... in Hollywood in première en omdat twee van mijn favoriete acteurs daarin meespelen, moest ik die film zien. In de bijrollen zien we ook vele grote namen: Dakota Fanning, Luke Perry, Al Pacino, Kurt Russell en Steve McQueen (via oude footage).

Het verhaal is een typische Tarantino: eigenlijk weet je tot het einde niet waar je naar aan het kijken bent. Toch boeit het en dat is knap, want wat gebeurt er nu helemaal? Niet veel.
Rick Dalton (Di Caprio) is een westernacteur op zijn retour en probeert met zijn stuntman en manusje-van-alles Cliff Booth (Pitt) rollen binnen te harken. Het gaat maar zo-zo, totdat Dalton een aanbod krijgt van een oude impressario Martin Schwarz (Pacino) om in Europa bij de Italiaanse film te gaan. Daar heeft Dalton helemaal geen trek in en neemt dan maar rollen van de slechterik aan. Een voorbode, zo zegt Schwarz, om je weg te werken, want “door welke nieuwe ster laat je je deze week in elkaar slaan?” Hevig geëmotioneerd laat Dalton zich naar huis rijden door Booth. Bij de oprit naar Daltons villa merkt Booth een paar hippiemeisjes op en glimlacht en ontdekt Dalton dat hij nieuwe buren heeft. Hij is meteen opgemonterd, want hij woont ineens naast Roman Polanski met zijn kersverse vrouw Sharon Tate!

Dit is het eerste half uur van de film. Verder volgen we Booth naar zijn caravan achter een drive-inbioscoop, waar hij met hond Brandy woont. Hij ontmoet de hippiemeisjes nog twee keer en geeft een van hen de derde keer een lift naar de voormalige opnamerange van de westerns, waar hij een oude vriend wil bezoeken. Er hangt een vreemde, broeierige sfeer daar en Booth is op zijn hoede (ik zie hierin een parallel met de huidige tijd vol 'onschuldige' mensen die radicaliseren. Maar oordeel zelf).
We maken ook kennis met de buren Polanski en Tate, zien hoe Dalton toch naar Europa gaat en in vier grote spaghettiwesterns gecast wordt en na een half jaar getrouwd met ene Francesca Capucci (en Booth) terugkomt. Dan nemen Dalton en Booth afscheid en drinken zich een stuk in de kraag.

„ Het verhaal is typisch Tarantino: eigenlijk weet je tot het einde niet waar je naar aan het kijken bent. ”

De film heeft een traag verteltempo, wat past bij de landerigheid van de filmset. Wat ik knap vond is hoe de film zichzelf bekijkt, zonder navelstaarderig te worden. Het is eerder een hommage aan de Hollywoodfilms van die tijd, gezien de originele footage die Tarantino in de film heeft gemonteerd.
Op verhaalniveau werkt het ook: Leonardo di Caprio speelt Dalton die onder andere westernheld Jake Cahill speelt. In verschillende scènes zien we Dalton zijn tekst oefenen met een bandrecorder waarop hij de tegenspeler heeft ingesproken. Tarantino zou Tarantino niet zijn als we die scènes later niet ook uitgespeeld te zien krijgen. Het heeft iets absurds om geoefende tekst te horen en later te zien spelen, maar het effect is dat je gaat meeleven met twee verhalen en misschien wel drie. 

In de scène waarin de oefening gefilmd wordt, vergeet Dalton zijn tekst. De scène wordt opnieuw gedraaid, inclusief de camerastanden, die ook opnieuw worden uitgevoerd. Een mooi kijkje in de keuken van Hollywood. Het geheel krijgt een metafysisch tintje als we Dalton later in zijn trailer door het lint zien gaan omdat hij te dronken was om zijn tekst te onthouden. Je vraagt je onmiddellijk af hoeveel takes het heeft gekost om dat er goed op te krijgen en of er enige relatie zit tussen Di Caprio en Dalton. Zou Di Caprio soms ook te dronken zijn om zijn tekst te onthouden? Het lijkt me niet: hij is in vorm in deze film.

Een ander opvallend element is het steeds filmen van schoeisel. Het begint al met de gepoetste cowboylaarzen van Dalton en de voorlopers van de Uggs van Booth (zou hij daarom Booth heten?). Het geeft in één shot een heleboel informatie: Dalton is de gesjeesde heer, Booth het hulpje. Dalton hoort bij de upperclass, Booth nog net niet bij de white trash, maar het scheelt niet veel. De laarzen van Sharon Tate, de buurvrouw, zijn maagdelijk wit. De voeten van de hippies zijn smerig en beschadigd. In de scènes van de filmopnames zien we soms cowboylaarzen met sporen (de acteurs) en soms zwarte pumps (de assistentes) uit 1969. Steeds weten we door de schoenen precies waar in de hiërarchie de mensen zich bevinden en meer informatie heb je niet nodig. Het werkt ook door op een symbolisch niveau. Zonder al te veel spoilers te willen geven: let op de vieze voeten en de maagdelijke laarzen.

Filmposter OUATIH
Foto gejat van Freshcotton.com

Het laatste kwartier is ingeruimd voor geweld zoals we dat van Tarantino gewend zijn: overdreven, bloederig en gruwelijk. Daarin kunnen Dalton en Booth eindelijk hun filmheldenstatus opkrikken naar ‘real life’. Of niet?

Ikzelf miste een heleboel achtergrondinformatie over Hollywood van de jaren 60, over de legendarische filmhelden en de roddel en achterklap om deze film helemaal te doorgronden. Blijkbaar zijn er een hoop controverses in de film verwerkt, maar ook die pik ik niet echt op vanwege de hiaten in mijn kennis. Ik neem het voor kennisgeving aan en zal op een onbewaakt moment me eens in de thematiek gaan verdiepen.

Ben je daar net zoals ik niet helemaal in thuis, dan raad ik je aan in ieder geval de naam “Sharon Tate” (gespeeld door een uiterst sympathieke Margot Robbie) te googelen en alle informatie over haar en rondom haar grondig te bestuderen. Ik weet zeker dat je Once upon a time ... in Hollywood dan beter kunt waarderen. Dat deze film in 2019 is uitgebracht is dan ook geen toeval. Het verhaal speelt zich af in 1969 en nu is het vijftig jaar na dato.

Of deze film een hit wordt in Nederland, weet ik niet: het verhaal op zich is boeiend genoeg, er zitten een paar ontroerende scènes in (met Dalton als die als bad guy het ‘slechterikencafé’ zoekt en tegenspeelster Trudi ontmoet en de scène waarin Sharon Tate naar haar eigen film gaat kijken), de dialogen zijn weer typisch Tarantino: absurd en vol gortdroge humor, en er is flink gebruik gemaakt van wat ik maar ‘de Wet van Tsjechov’ zal noemen. Als je in het begin van een film een geweer toont (in dit geval een vlammenwerper), dan moet die aan het einde gebruikt worden; anders hoef je hem niet te noemen. Hopelijk blijkt dit genoeg om deze film overeind te houden, want zonder achtergrondkennis is het (slechts) een Hollywoodsprookje...

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter