ipads met blauwe boeken olifanten

Zwangerschap in de literatuur

11 december 201915 minuten

Over dood, scheidingen en ziekte wordt vaak geschreven. Over seks en oorlog ook. Zwangerschappen zie je weinig in de literatuur. Ik heb twee romans kunnen vinden die iets met het gegeven doen: ‘En we noemen hem’ van Marjolijn van Heemstra en ‘Julia Jonkers, jong, single en zwanger’ van Kim Bonefaas. Een vergelijking.

Van het aanbod boeken met ‘zwanger’ in de titel wordt al snel duidelijk dat het gaat om informatieboeken of verslagen van ervaringsdeskundigen, waarvan De geboorte van een moeder van Daphne Deckers de bekendste en oudste is. Een overkoepelend kenmerk van de ervaringsdeskundigen is dat zwangerschap vooral ‘herkenbaar’ en ‘hilarisch’ moet worden beschreven. Geen diepgravende literaire studie naar wat het is om moeder te worden. Brengen Van Heemstra en Bonefaas hier verandering in?

Totaal verschillend
De twee romans kunnen niet verder uit elkaar liggen op het literaire spectrum. Julia Jonkers is een vlot lezend, naar chicklit neigend verslag van de zwangerschap van een 22-jarige, bij Van Heemstra gaat het over de zoektocht naar de achtergrond van een heldhaftige oom in de familie. Van Heemstra overweegt om haar kind, mocht het een jongen worden, zijn naam te geven.

Waar Van Heemstra meteen de diepte in duikt door het familieverhaal te toetsen aan de geschiedschrijving en de zwangerschap gebruikt als tijdskader waarbinnen de beslissing voor de naam van de ongeboren spruit moet vallen, huppelt Bonefaas (Julia Jonkers is haar alter ego) ondanks haar schok zwanger te zijn door haar leventje in Rotterdam. Noem het ontkenning, mag ook. Van Heemstra’s zwangerschap is gewenst en misschien wel gepland, die van Bonefaas duidelijk niet.

Lijf, ledematen en lichaam
Bij geen van beiden wordt de psychologische staat van het zwanger zijn beschreven of uitgewerkt. Bij Bonefaas komen we wel in een achtbaan van emoties terecht, maar worden de zwangerschapsperiode en het zwanger zijn zelf gereduceerd tot een lijf. 

Het lichaam van de vrouw verandert inderdaad ingrijpend, wordt enorm, borsten groeien, buik groeit, de hele hormoonhuishouding gaat op de kop, wat zich uit in stemmingswisselingen, braken, vocht wordt vastgehouden of juist uitgestoten; kortom, de hele santenkraam van ongemakkelijkheden komt voorbij. We krijgen het bij Bonefaas allemaal mee, bij Van Heemstra in mindere mate. Maar op de een of andere manier blijft het een beschrijving van buitenaf. De zwangerschap blijft een tijdelijke status waarover je je kunt verbazen, omdat je je eigen lijf niet meer herkent, maar zwanger zijn is meer dan een lichamelijk ongemak. Een zwangerschap is een overgang. Je gaat van vrouw naar moeder.

Het klinkt belegen: ‘van vrouw naar moeder’, en de feministen hijgen vast al in mijn nek, maar ook bij mijn eigen (drie) zwangerschappen viel het me op hoe klinisch en lichamelijk het hele proces werd begeleid. Geen enkele aandacht is er voor de emotionele impact van moeder worden.

Er is geen (medische) begeleiding met wie je je dromen, visioenen, angsten of verwachtingen over het moeder worden kunt bespreken. Het enige boek dat ik heb kunnen vinden waarin deze spirituele kant wordt belicht is die van Susan Smit, maar ook dat is weer een informatieboek en geen literair onderzoek naar zwanger- en moederschap.

olifant en ipad met boek

Je ervaringen bespreken met vriendinnen die al moeder zijn, of met je eigen (schoon)moeder is ook tricky: steevast krijg je in je onverzadigbare nieuwsgierigheid naar informatie details te horen die je achteraf misschien liever niet had willen weten. Dingen die met de lange bevallingsduur te maken hebben, uitputting, weeënstormen, bloedverlies, tangverlossingen, verkeerde ligging van het kind, pijn. Kortom: lichamelijk. Maar wat je anders moet vragen dan 'Ging de bevalling goed?' of 'Hoe ging dat dan?' weet ik eerlijk gezegd ook niet. 'Is de ziel van je kind al lang bij je op bezoek?' of 'Is hij/zij zoals je je had voorgesteld?' lijken mij ook geen goede vragen.

Transitie
Ik voelde me tijdens mijn zwangerschappen ‘dubbel’, twee personen. Mijzelf en nog iemand anders. Geestelijk bedoel ik, alsof er iemand in mijn hoofd op bezoek was negen maanden lang. Ik had dromen en inzichten, kreeg mededelingen, vragen en had hele gesprekken. Nu zie ik veel van wat ik toen ‘dubbel’ voelde terug in mijn kinderen. Daar hoor je niemand over. Daar schrijft niemand over. Dat mis ik.

Ook in En we noemen hem en Julia Jonkers zie ik dit niet terug. Bij Van Heemstra vraag ik me daarom af wat het literaire gehalte is om haar zwangerschap als tijdskader te gebruiken, het verhaal heeft het niet nodig. Haar zoektocht naar de heldhaftige oom, die later natuurlijk helemaal niet zo heldhaftig blijkt, is interessant genoeg om het boek te dragen. Ze probeert nog wel om het ene verhaal (van de oom) met het andere (van de zwangerschap) te verbinden, omdat ze haar zoon bij zijn geboorte het “juiste verhaal” wil meegeven en misschien zelfs de naam van de oom. Ze probeert het verleden naar het heden te trekken door de familiegeschiedenis uit te pluizen. Een dappere poging.

„ Tijdens mijn zwangerschappen voelde ik me 'dubbel', geestelijk, bedoel ik. ”

Toch werkt het niet helemaal. Het lijkt erop alsof ze een excuus zocht om over haar zwangerschap te schrijven, omdat schrijven daarover op een andere manier dan het hilarische en herkenbare in feministisch Nederland not done schijnt te zijn. Als zwangere vrouw ben je tijdelijk alleen maar iets extra’s, maar dat mag je niet te veel aandacht geven. 

Dat het ook anders zou kunnen, zou ook Van Heemstra moeten aanvoelen, hoewel zij ook in haar werk met deadlines en haar uitpluiswerk zo lang mogelijk haar lichamelijke staat ontkent. Zo blijft ze met haar hoge bloeddruk toch nog heen en weer pendelen tussen Den Haag en Amsterdam om onderzoek te doen naar het familieverhaal. De feministen hadden haar waarschijnlijk toegejuicht, want ze laat zich niet kisten door een zwangerschapje, maar ik vroeg me bij elke zin af, waarom ze zo met zichzelf en haar zwangerschap omging. Deze bagatellisering van het zwanger zijn (zowel lichamelijk als geestelijk) ergerde me. Het is tenslotte een transitie van jewelste en daar wordt op geen enkele manier rekenschap van gegeven. Een gemiste kans.

ipad met boek cover en olifant

Je bent jong en je wilt wat
Bij Bonefaas krijg je wat er op de cover staat: ‘jong, single en zwanger’. Niets meer en niets minder. We kijken met Julia Jonkers mee in haar drukke leven als studente psychologie en haar bijbaan bij een inloophuis voor verstandelijk gehandicapten. We krijgen terloops het bekrompen Gorinchemse milieu van haar familie mee en een vriend-met-voordelen die zich uit de voeten maakt zodra zij besluit het kind te houden. We krijgen géén inkijk in haar psyche, waarin ze transformeert van jonge vrouw naar jonge moeder. Geen beschrijving van het acceptatieproces of het overgangsproces, geen ontroerende pogingen om een band op te bouwen met het ongeboren kind. Alleen de eerste echo, de eerste schopjes, de eerste bolling van de buik, het groter worden van haar borsten en haar zin in seks krijgen we in geuren en kleuren te lezen. Weer de hilarische variant. Weer lichaam en lijf. 

Het boek van Bonefaas is meer een (uiterlijk) verslag dan literaire verwerking. Ja, op sommige momenten lachte ik mee met haar en op andere was ik ontroerd, maar de interessantste stukken waren eigenlijk de beschrijvingen van de bewoners van het inloophuis. Dat Bonefaas intelligent is en een bijzondere kijk op mensen heeft, komt daarin het beste tot uiting, maar dat heeft verder geen relatie met de zwangerschap. Haar verhaal is wat mij betreft dan ook geen literatuur in de zin dat ze deze twee zaken boven het alledaagse uit tilt. Integendeel, we denderen voort in de hectiek die Rotterdam heet.En dat is jammer. Want het had een mooie symbiose kunnen zijn: keek ze met haar eigen ogen naar de bewoners, of met de ogen van haar ongeboren dochter? Of allebei tegelijk?

Kreeg ze, omdat de bewoners zelf eigenlijk nog kind zijn, een andere band met ze? Appelleerden de bewoners aan het kind dat in haar groeide, voelde ze zich op een gegeven moment dubbel moeder, zowel voor haar ongeboren kind als voor de kinderlijke bewoners? Wanneer voel je je een moeder? Veranderde er iets in haar blik op de wereld door dit ‘dubbele’ kijken of bleef alles bij het oude? Ontkende ze het misschien?

Wat ook interessant was geweest, was een diepere inkijk in haar beslissing om het kind te houden, anders dan de terloopse opmerking dat ze “van de gedachte het weg te halen misselijk werd”. Waarom dan? Speelde de conservatieve familie dan toch een rol? Hoe staat Bonefaas zelf in het leven? We krijgen het niet mee. Een gemiste kans.

Bijzondere ervaringen
Ben ik de enige die op die manier contact heeft gehad met mijn ongeboren kind in die bijzondere negen maanden? Ben ik de enige die mijn zin in bepaald soort eten als lievelingseten bij mijn kinderen terugzag? Ben ik de enige die droomde over hun toekomstige geestelijke en spirituele ontwikkeling, die gevráágd werd om “voor deze ziel te zorgen”, die werd voorbereid op en zelfs werd opgeleid voor mijn toekomstig moederschap?

Heeft echt geen enkele andere wordende moeder zulke dingen ervaren? Wordt er daarom alleen lichamelijk over zwangerschap geschreven? Is het taboe om toe te geven dat er een ware transitie heeft plaatsgevonden, niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk? Spiritueel zelfs. Ik ben bang van wel. Ik weet zeker van wel, en ik ben er diep teleurgesteld over. 

Want zwangerschap verdient net zoals moederschap topliteratuur, zoals Aleid Truijens in de Volkskrant van 22 maart 2019 al opmerkte.


Bronnen:
de Volkskrant
En we noemen hem - Marjolijn van Heemstra
Julia Jonkers, jong, single en zwanger - Kim Bonefaas

Delen op FaceBook Delen op LinkedIn Delen op Twitter